Waarom groeien de kerken in Afrika wel?


Auteur: Arie Verduijn
Artikel overgenomen van www.cama.nl/zending


Duits in Afrika lijkt even belangrijk als Fries in Limburg. Toch gebeurde het dat Afrikaanse studenten, wanneer ze ontdekten dat ik in Duitsland gestudeerd had, mij vroegen of ik ze Duits wilde onderwijzen. Ze kwamen uitdrukkingen in die taal tegen in theologische literatuur. Er ging een bepaalde fascinatie vanuit; in het Duits leek alles dieper, wetenschappelijker en dus gezaghebbender.

Ik moest hieraan denken bij het lezen van een recent boek van de hand van de Afrikaan Kwame Bediako*. Haarscherp geeft hij aan dat de theologische wereld nog steeds beheerst wordt door een Westerse manier van denken, hoewel momenteel meer dan 60% van alle christenen op het zuidelijk halfrond woont. Dat was aan het begin van deze eeuw wel anders; toen leefde 80% van alle christenen in Europa en Noord-Amerika. Het valt Afrikanen op (en tegen!) dat de slinkende kerk in de oude wereld niet meer aandacht geeft aan de groeiende jonge kerken in het Zuiden.
Wrang klinkt de aanklacht van John Mbiti: "Het is een schandaal dat zoveel theologen uit het oude christendom alles afweten van ketterse bewegingen uit de tweede en derde eeuw, terwijl vrijwel niemand onder hen ook maar iets weet van de ontwikkelingen in de jonge kerken". En emotioneel voegt hij er aan toe: "Wij voelen ons beledigd en vragen ons af of het soms belangrijker is om een wetenschappelijke relatie te hebben met al lang overleden ketters dan met de nu levende broeders van de kerken in de zogenaamde Derde Wereld". Het leidt volgens hem tot "theologische impotentie".

 

 

Het feest bedorven
Prachtig maar pijnlijk is Mbiti's vaak geciteerde (verzonnen) verhaal over een Afrikaanse theoloog. In Europa heeft hij Duits, Frans, Grieks, Latijn en Hebreeuws gestudeerd plus allerlei westerse theologische vakken. Zijn trotse familie ontvangt hem met een feest. Maar tijdens dat feest wordt hij geconfronteerd met een tante die bezeten is door een boze geest. Wanneer men hem om raad vraagt adviseert hij haar naar het ziekenhuis te brengen. Maar de familie lacht hem uit; een westers ziekenhuis weet immers geen weg met zo'n geest. Maar hij kan tegenover die bezeten tante ook niets met Barth, Brunner, K?ng of Tillich. En helemaal niets met Bultmann, die de bezetenheid op papier 'ontmythologiseerd' heeft. Een vitale Afrikaanse christen was in Europa theologisch impotent geworden.

 

 

Waarom groeien jonge kerken en oude niet?
Waarom domineren Westerse theologen en instituten? Iedere waarnemer kan vaststellen dat vitaliteit aan het einde van dit millennium juist bij de jonge kerken te vinden is. Jan Greven wijst in een bespreking van Bediako's boek in Trouw terecht op multi-nationals die leergierig kijken naar goedlopende bedrijven elders. Hoe onverstandig van de vermolmde westerse kerk om zich navelstarend te verliezen in het 'glorieuze' eigen verleden. Waarom niet leren van kerken die in onze tijd wel floreren? De recensent van het Reformatorisch Dagblad uit m.i. terecht zorg over het feit dat Bediako kennelijk in aanraking is geweest met een stuk moderne theologie. Maar vraagt dan: hoe zou het gegaan zijn als hij in aanraking was gekomen met de theologie van de Reformatie en de Nadere Reformatie? En letterlijk: "Hoe komt het dat een Afrikaanse student eerder Bultmann of Berkhof ontmoet dan Calvijn of Owen? Misschien is dat wel een gewetensvraag voor ons …"
Hoezeer ik zorg deel over mogelijke ontsporingen, toch gaat men hiermee m.i. voorbij aan de les die we zouden moeten trekken uit dit soort hartenkreten van andere continenten. Ontegenzeggelijk moeten we van de geschiedenis leren, maar Gods Geest doet Zijn werk van overtuiging van zonde en genade ook in onze tijd. De vraag moet zijn: "Waarom groeien wij niet en zij wel?

 

 

Twee groeifactoren.
Naast allerlei andere factoren spelen de twee volgende m.i. een hoofdrol:
o algemeen erkennen Afrikaanse christenen als grootste bijdrage die de zending Geleverd heeft het vertalen van de Bijbel. Het verlangen naar Bijbelkennis neemt bij ons af, terwijl het bij hen levend is. Dat moet voor ons aanleiding zijn tot een gewetensvraag!
o het leven van vele Afrikaanse christenen wordt gekenmerkt door oprechte toewijding aan hun Heer. Toewijding ondanks armoede.
Kortgeleden nog, reizend door West-Afrika, maakte juist dat opnieuw diepe indruk op mij. Een jonge predikant met zijn vrouw in een lemen huisje waarin één stoel, één tafeltje en ??n bed. Elders een evangelist die op een brommertje honderden kilometers aflegt over stoffige zandwegen, maar vol vuur vertelt over plannen om ook onbereikten elders het evangelie te vertellen.
Te vaak ontbreekt bij ons die honger naar bijbelkennis en dat enthousiasme voor evangelisatie. Via Pionier willen we dit soort voorbeelden blijven presenteren. Via onze fondsen willen we deze "heiligen" blijven ondersteunen. Zij geven een richting aan die hoop biedt voor de volgende eeuw. Laten we hen volgen, gelijk zij Christus navolgen. In Hand. 2 lezen we dat God zegt: "In de laatste dagen zal Ik uitstorten van mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouderen zullen dromen dromen".

 

 

Geestelijk vruchtbaar in de nieuwe eeuw.
Verwachten wij, christenen van de Oude Wereld, dat God dit zal waarmaken? Dan moeten we er ook maar van uitgaan dat de jonge kerken zullen profeteren en ons, dromers, de weg kunnen wijzen naar vruchtbaar christen-zijn in het nieuwe millennium. Dan kan de "theologische impotentie" overwonnen worden. En dat alles zal moeten komen van de Geest die is uitgestort. Samen zullen we alles moeten toetsen aan Gods Woord. nieuwe kracht. En zo, ziende op Hem, zullen we, met de woorden van Jesaja, lopen maar worden we niet moe? opvaren met vleugelen als arenden en putten en wandelen, maar worden we niet mat.

____

Kwame Bediako, Jezus in de cultuur en geschiedenis van Afrika, Kampen, 1999

 

Download

Terug naar landenpagina

Thema's