Trends in zending

Auteur: Marten Visser, samen met zijn vrouw Esther kerkplanter in Bangkok en uitgezonden door de OZG en GZB.

 
 


Welke trends zijn er in de zending momenteel te zien? Wij geloven dat zending Gods eigen werk is, waar Hij mensen bij inschakelt. Als je het zo bekijkt, is de vraag naar trends in de zending dezelfde als de vraag: "Wat voor nieuw werk doet Gods Geest in het bekeren van mensen op deze wereld?" En er zijn nieuwe en opwindende dingen te melden!
Tegelijkertijd kunnen we zending beschrijven als mensenwerk. Zending is het antwoord van gelovige, maar o zo feilbare mensen, op Gods opdracht Zijn evangelie aan de hele wereld te brengen. Als je het zo bekijkt, zie je in de zending behalve het machtige werk van de Heilige Geest ook het broddelwerk van mensen. En dan zijn trends in de zending soms niet meer dan een weerspiegeling van modeverschijnselen in deze wereld. Omdat de Heere God mensen inschakelt in Zijn dienst, zijn het werk van de Heilige Geest en mensenwerk niet los verkrijgbaar in de zending. Ook de trends die ik hier beschrijf zijn een mengsel van de levenbrengende geur van het Evangelie met de modder van onze (al dan niet goede) bedoelingen.
Hier volgt mijn persoonlijke top-10 van belangrijke trends, ten goede en ten kwade, in de zending.

 




1. Vertrouwen op methodes
De trend die naar mijn mening in de moderne zending het meest op de voorgrond treedt, is het vertrouwen op methodes. Met strategieën, beleidsplannen, inzet van sociologisch en antropoligisch onderzoek, met statistieken en vooral met veel, heel veel conferenties willen we de wereld winnen voor Christus. Nu is er met goede methoden niets mis. Zelf ben ik tot op zekere hoogte aanhanger van de Church Growth School. Die zegt dat het de taak van de zending is mensen te winnen tot Christus en kerken te planten. Wat daaraan bijdraagt, moeten we doen. Wat daar niet aan bijdraagt, moeten we laten- of ophouden het zending te noemen.
Wat mij echter zorgen baart, is dat er tussen alle woorden over strategie, zo weinig blijkt van het leven met Christus. Grote pionieren van de protestantse zending gebruikten statistieken en innovatieve methoden (bv. William Carey en Hudson Taylor). Maar tegelijkertijd was het duidelijk dat ze gedreven werden door de liefde van Christus. Als ze spraken, spraken ze meer over de Heere Jezus dan over zending. Zending vloeide logisch voort uit hun relatie met Hem. Dat gaf hun werk de Geesteskracht die het zo duidelijk stempelde. De Heere Jezus bad: "...dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt." Het zijn in Christus is het fundament waarop alles rust. Het zendingswerk vloeit daaruit voort. Als de wereld dat leven met Christus ziet, dan zullen ze geloven!
In de zending moeten we zoeken naar de beste methoden- en ik wil best meezoeken. Maar we zullen pas echt met kracht uit de hoge bekleed worden als we niet de zegen zoeken, maar de Bron van iedere zegen: De Heere Jezus Christus, Zoon van God, Redder.

 



2. Internationalisering
Waar zien we duidelijk de Heilige Geest aan het werk? Nergens duidelijker dan in het feit dat de kerk is in de afgelopen eeuw wereldkerk geworden is. Hier gaat het werk van de Heilige Geest alles wat we aan onze inspanningen kunnen toeschrijven, zover te boven! Dit temeer omdat de grootste groei niet kwam door zendingswerk, maar door autochtone evangelisten en kerkplanters. In nog maar 10 landen ter wereld is er geen zichtbare inheemse kerk, maar zelfs in de meerderheid van die landen is er een ondergrondse kerk. In 164 van de 237 landen ter wereld is het christendom de grootste godsdienst. Tweederde van alle evangelicale christenen woont nu in Azië, Latijns-Amerika en Afrika.
De internationalisering van de wereldkerk is, met enige vertraging, ook terug te zien onder zendelingen. Nog steeds zijn de Verenigde Staten het land die veruit de meeste zendelingen uitzenden. Maar als je zendelingen definieert als mensen die over de landsgrenzen heen het evangelie verkondigen, dan wordt de tweede plaats ingenomen door Zuid-Korea. En als je de definitie neemt dat zendelingen het evangelie verkondigen over culturele grenzen heen, dan staat India op de tweede plaats.

 



3. Kerkplantingsbewegingen
Een nieuwe, maar heel belangrijke trend, is dat het als taak van de zending wordt gezien kerkplantingsbewegingen te initiëren. In het verleden is vaak de nadruk gelegd op evangelisatie als taak van de zending. Door het werk van Donald McGavran is het wijd doorgedrongen dat dat niet voldoende is. Om bekeerlingen vast te kunnen houden, is het nodig dat kerken geplant worden. Nu wordt de volgende stap genomen: het is niet voldoende om kerken te planten, maar je moet kerken planten die op hun beurt ook weer kerken zullen planten! Wie zending bedrijft op deze manier, zal heel dicht bij de lokale bevolking staan, omdat methoden die niet door henzelf gebruikt kunnen worden, achterwege worden gelaten. Deze trend zorgt ervoor dat de zijweg van instituten (christelijke ziekenhuizen, scholen e.d.) verlaten wordt. Ook zorgt het ervoor dat opleiding van kerkleiders niet meer plaatsvindt aan allerlei seminaries, maar in de eerste plaats in de gemeenten zelf, volgens het principe dat de Heere Jezus ook gebruikte met zijn discipelen: kijken, nadoen, zelf doen met supervisie en tenslotte zelfstandig leiding geven. Deze leiders kunnen zelf weer nieuwe leiders opleiden volgens hetzelfde principe.

 



4. Tentenmaken
Het evangelie moet gebracht worden aan alle volken. Dat de regering van vele volken dat wil verbieden, is een vervelende bijkomstigheid. De laatste twee decennia is echter steeds meer het besef doorgedrongen dat we ons daardoor niet hoeven en mogen laten beletten. Daarvoor is de rijkdom van het leven met de Heere God veel te groot!
Vele zendelingen hebben manieren gevonden om deze landen toch binnen te komen. Ze gaan als student, als zakenman, als ontwikkelingswerker of als leraar Engels. Vaar worden ze aangeduid als 'tentenmaker', in navolging van Paulus die soms ook een ander beroep uitoefende terwijl hij het evangelie bracht. Tekenend is het dat landen die vroeger in zendingskringen als 'gesloten' werden aangeduid, nu 'creatief toegankelijk' worden genoemd.
Tentenmakers staan aan het belangrijkste front van de zending. Want juist in veel van de creatief toegankelijke landen is de kerk van Jezus Christus nog heel klein. Het is dan ook een verheugende trend, en een werk van de Heilige Geest, dat er de afgelopen jaren steeds meer organisaties zijn gekomen die tentenmakers uitzenden. In veel opzichten staat deze aanpak nog in de kinderschoenen. De mogelijkheden om zaken-doen te gebruiken als ingang worden nog lang niet genoeg benut. Goede methodes om kerken te planten in moeilijke situaties zijn er nog weinig. Het vinden van de juiste aanpak is niet eenvoudig. Aan de ene kant is voorzichtigheid nodig om de mensen met wie je contact hebt en je visum niet in gevaar te brengen. Aan de andere kant is een houding nodig zoals die van Anne van der Bijl, die zegt: "Jezus heeft ons wel de opdracht gegeven om uit te gaan, maar niet om terug te komen. Waarom zouden we ons daar dan zorgen om maken?"
Een gevaarlijke sub-trend binnen het tentenmaken, is de houding van sommige tentenmakers die zeggen dat ze geroepen zijn als christen hun beroep uit te oefenen en meer niet. Hiermee wordt gewonnen dat je eerlijk kunt zeggen geen zendeling te zijn, en dus niet bang hoeft te zijn om het land uitgezet te worden. Er wordt echter veel meer mee verloren: namelijk dat je zendeling bent, met als hoogste werkdoel en met brandend verlangen om een kerk van autochtone gelovigen te zien ontstaan. Uiteraard is als christen je beroep uitoefenen een goede zaak. Het is alleen geen zending.


5. Alle volken bereiken
Een belangrijke trend in de zending sinds 25 jaar is de nadruk op het bereiken van alle volken met het evangelie. Toen de protestantse zending eind 18e eeuw echt op gang kwam, was het idee: we moeten alle landen bereiken. Na 1865 (oprichting door Hudson Taylor van de China Inland Mission) ging de nadruk steeds meer liggen op niet alleen alle landen, maar ook hele landen. Tot dan toe hadden vaak alleen de mensen aan de kust de kans gehad het evangelie te horen. Vanaf 1932 (oprichting van Wycliffe bijbelvertalers door Cameron Townsend) kwam de nadruk te liggen op niet alleen hele landen, maar ook ieder volk in het hele land. In veel landen wonen namelijk vele tientallen of zelfs honderden volken. Als er onder één volk een kerk geplant is, wil dat nog niet zeggen dat een buurvolk, wonend in hetzelfde land maar met een andere taal en andere cultuur, ook bekend is met het evangelie.
Vanaf 1974 (het grote zendingscongres in Lausanne) werd deze nadruk steeds sterker. In de jaren '90 werd er een analyse gemaakt van onder welke volkeren er nog niet of nauwelijks een autochtone kerk was (Joshua-project). Eerst was er sprake van 1600 onbereikte volken met een bevolking van meer dan 10.000 mensen. Op het internationale evangelistencongres Amsterdam 2000 werden de laatste van deze volken 'geadopteerd' door zendingsgenootschappen. Zij zegden toe dat ze uiterlijk in 2002 een kerkplantingsteam naar het desbetreffende volk toe zouden sturen.
Deze trend is zeer succesvol geweest in het mobiliseren van zendingsbewustzijn. Ook heeft het zeker geholpen de zendingsopdracht 'Gaat heen, onderwijst alle volken' helder te krijgen.
Toch zijn er ook de nodige kritische kanttekeningen bij deze trend te zetten.

 

 

6. Charismatische kerken
Er zijn naar schatting 420 miljoen evangelicale christenen op de wereld, en 345 miljoen charismatische. Zelfs als er rekening mee wordt gehouden dat niet alle charismatischen evangelicaal zijn, betekent dit dat de evangelicale wereldkerk van dit moment grotendeels charismatisch is. De telkens weer herhaalde bewering van niet-charismatici dat de charismatische kerken vooral groeien door overgangen uit andere protestantse kerken is nog onvoldoende onderzocht. Maar de getalsverhoudingen op dit moment maken het onwaarschijnlijk dat dit zo is. Immers, de grotere groep kan moeilijk blijvend hogere groeicijfers hebben dan de kleinere groep door bij haar leden weg te halen.
Charismatische kerken weten aan te sluiten bij de noden en behoeften van de mensen. Extatische aanbidding, niet zelden gepaard met beloften van geld, gezondheid en geluk treffen een snaar. De belangrijkste vraag is natuurlijk hoeveel van de verschijnselen in deze kerken inderdaad toe te schrijven is aan het werk van de Heilige Geest. Sceptici (waaronder schrijver dezes) kunnen wijzen op het gebrek aan objectief bewijs voor de veelvuldig geclaimde wonderen, en op parallellen met verschijnselen in andere godsdiensten. Met evenveel recht kan gewezen worden op het gebrek aan heiliging in het leven van vele kerkleden en (helaas) voorgangers in charismatische kerken. Dat schijnt niet te wijzen op het leven op een hoger geestelijk plan dan christenen die het 'volle evangelie' niet kennen. Tegelijkertijd hebben deze sceptici wel de vraag serieus te nemen hoe het dan komt dat over de hele wereld charismatische kerken het hardst groeien. Als we geloven dat kerkgroei een zegen van God is, geloven we dan dat Hij iets zegent wat niet echt is? Of moeten we de conclusie trekken dat het wel lijkt dat mensen tot geloof komen en hun toevlucht bij Christus zoeken, maar dat velen in werkelijkheid geen zaligmakend geloof hebben? Wie geen van beide vragen volmondig met 'ja' durft te beantwoorden, blijft net als ik met de mond vol tanden zitten.

 

 

7. Aandacht voor de islam
De afgelopen 15 jaar hebben veel meer moslims Jezus als hun redder leren kennen dan in de hele 1300 jaar van het bestaan van de islam die daaraan vooraf gingen. Samuel Zwemer, rond het begin van de vorige eeuw de grote grondlegger van de moderne zending onder de moslims, sprak nog over 'the glory of the impossible'. Nu kan een zendingsorganisatie als Frontiers zeggen dat ze in haar nog maar 15-jarig bestaan al ruim 70 kerken geplant hebben met gelovigen die voormalige moslims zijn.
Nog steeds is het slechts 'een wolkje als eens mans hand', maar we mogen verwachten dat het de voorbode is van stromen van zegen die nog zullen volgen. De Heilige Geest heeft in de wereldkerk op een bijzondere manier aandacht gewekt voor de moslimwereld. (Al heeft het feit dat zij de afgelopen decennia ook in het politieke middelpunt van de belangstelling heeft gestaan, zeker ook een rol gespeeld.) Eeuwenlang is de moslimwereld overgeslagen. Nu komt het voor dat een bestaande zendingsorganisatie zegt: "Kunnen wij ook niet wat onder moslims doen? Zoveel kandidaten vragen daarnaar." Een nog duidelijker aanwijzing dat deze trend vooral een werk van de Heilige Geest is, is het feit dat wereldwijd ongeveer de helft van bekeerde moslims tot geloof is gekomen (mede) door een droom of visioen.
Binnen de trend om aandacht aan de islam te besteden, moet de trend tot steeds verdere contextualisatie genoemd worden. De pogingen om de boodschap die gebracht wordt van alle westerse franje te ontdoen, zijn goed en zelfs essentieel om in de moslimwereld een autochtone kerk te doen ontstaan. Maar ook pioniers van deze contextualisatie (Phil Parshall) zien nu met zorg aan hoe ver sommige anderen dit voeren: zeggen dat je moslim bent, meebidden in de moskee, bekeerde moslims naar de moskee blijven laten gaan.

 

 

8. Korte-termijnzending
De eerste protestantse zendelingen trokken de oceaan over in de verwachting hun geboorteland nooit meer terug te zien. Zodra het reizen iets gemakkelijker werd, werd het gewoner om na een aantal jaren tijdelijk of definitief terug te keren. Sindsdien heeft de trend naar steeds korter verblijf op het zendingsveld zich steeds doorgezet. Een aantal feiten op een rij om deze trend te tekenen:

Met name deze laatste trend, van de ultra-korte-termijnzending, dreigt de zending te gaan stempelen. Er zitten natuurlijk goede kanten aan. Jonge mensen kunnen enthousiast gemaakt worden voor de zending. Lange-termijnzendelingen kunnen in een goed voorbereid programma vaak goed de hulp van enthousiaste buitenstaanders gebruiken. Specialistische kennis kan soms kort maar effectief ingezet worden. Het thuisfront kan een beter beeld krijgen van wat de zendeling doet. Tegelijkertijd zijn er aanzienlijke gevaren aan verbonden. Die schuilen vooral in het tijdsbeslag op voltijdszendelingen; in de versimpeling van het idee wat zending inhoudt; en in het amateurisme waarmee de korte-termijners noodzakelijkerwijs te werk gaan. Ooit hoorde ik een kerkleider uit de Derde Wereld in kleurrijke, zelfs lovende bewoordingen, een groep korte-termijners beschrijven. Zijn slotzin: "Weet je waar het me aan deed denken?... Aan de kinderkruistocht." Goede voorbereiding, zowel door de korte-termijner als door de organisatie waarmee hij uitgaat, zijn noodzakelijk om korte-termijnzending meer goed dan kwaad te laten doen.De trend naar korte-termijnzending is er naar mijn overtuiging een die rechtstreeks voortkomt uit de aanpassing bij de cultuur. De boodschap die christenen vandaag echter nodig hebben is: er is nog steeds een wereld die verloren is zonder Christus. Er zijn nog steeds meer dan een miljard mensen die nog nooit het Evangelie gehoord hebben. We zullen ze niet bereiken door een weeklang gebedswandelingen te houden. We zullen ze niet bereiken door een pantomime-opvoering van een per vliegtuig of boot aangevoerde groep enthousiastelingen, hoe oprecht hun liefde voor de Heere ook is. We hebben mensen nodig die bereid zijn hun leven uit te gieten als een welriekende offerande voor God; die bereid zijn de taal te leren; die zich niet terugtrekken in een westerse enclave; die alles te proberen om althans enigen te winnen; en misschien vooral: die stomweg volhouden, doorploeteren, jaar na jaar, in gehoorzaamheid aan God en de opdracht die Hij hen gegeven heeft.
Dat zijn meestal geen mensen die veel eer zullen ontvangen hier op aarde. Maar ik ben ervan overtuigd dat zij de groten zijn in het Koninkrijk. Zij zullen in de eeuwigheid nog met ere genoemd worden. De korte-termijnzending zou dan wel eens niet meer dan een voetnoot in Gods heilsplan met deze wereld kunnen blijken te zijn.

 

 

9. Samenwerking
Steeds meer wordt ook in evangelicale kerken en zendingsorganisaties het belang van samenwerking ingezien. Het gaat dan om twee soorten van samenwerking.

 

 

10. Teams
Een trend die aansluit bij het moderne levensgevoel, maar die toch een oplossing kan bieden voor verschillende belangrijke problemen die veel zendelingen tegenkomen, is het werken in teams. Steeds vaker worden teams al gevormd in het uitzendende land. Dit heeft belangrijke voordelen: al van te voren kan gezocht worden naar mensen die elkaar aanvullen. Immers, het planten van kerken is een taak waar zoveel bij komt kijken dat geen mens alle gaven van een goede kerkplanter in zich verenigt. Ook zal de onderlinge band en ondersteuning in zo'n team groter zijn dan in een team van mensen die min of meer toevallig bij elkaar terecht zijn gekomen. Conflicten tussen zendelingen, helaas een van de grootste stressfactoren voor velen op het zendingsveld, zullen waarschijnlijk minder hevig zijn.
Toch is ook het werken in teams niet zonder problemen. De sterke punten kunnen gemakkelijk verworden tot zwakke. Een sterke onderlinge band kan ertoe leiden dat er te weinig contact is met de lokale bevolking. Een team waarin vele talenten gevonden worden, heeft minder hard lokale christenen nodig, waardoor leiderschapsontwikkeling achter kan blijven. Ondanks deze gevaren, is de trend naar teamwerk over het algemeen toch een positieve. Met name in creatief toegankelijke landen lijkt het een goede aanvulling op, en soms vervanging van, de meer traditionele structuur waar individuele zendelingen een taak krijgen toegewezen en verantwoording aan hun veldleider schuldig zijn.

 

Download
Naar het begin van deze pagina

 

Terug naar landenpagina

Thema's