| Kortverbanders
in de zending: De voors en tegens |
|
Auteur: Arie Verduijn
Artikel overgenomen van
www.cama.nl/zending
In Kinshasa stond lange tijd een verkeerslicht waarvan alleen groen functioneerde.
Je werd nooit verplicht te stoppen. Dat lijkt leuk, maar het kan tot gevaarlijke
situaties leiden. Verkeerslichten hebben zin, juist omdat ze ook op rood
of oranje kunnen. Wanneer het gaat over kortverbanders in de zending kunnen
we ons afvragen op welke kleur het verkeerslicht moet. Op rood, moeten we
deze aanpak afremmen? Of geven we de kortverbanders juist ruim baan en moet
het licht op groen? Zendingsspecialist Robert Fetherlin wijdde in The Alliance
World een boeiend artikel aan deze vraag en wat volgt is een bewerking daarvan.
In principe verdient alles wat bijdraagt aan het vervullen van de Grote
Zendingsopdracht groen licht. Het heeft voorrang, omdat het gaat om de eeuwige
bestemming van mensen. Ook het feit dat de opdracht komt van de Koning der
koningen betekent dat er niet over te marchanderen valt,; het moet en het
moet met spoed! Is het naar de wil van God, dan moeten alle lichten op groen!
Omgekeerd moet een rood licht branden voor alle activiteiten die er niet
toe bijdragen dat mensen nader tot God komen en het evangelie leren kennen.
De tijd is te kort en er zijn te weinig middelen om er ondoordacht mee om
te gaan. Hoe indrukwekkend allerlei initiatieven er ook uit mogen zien,
als het geen zoden aan de dijk zetten verdienen ze rood. Waar ze doorgaan
zullen ze tot obstakels worden voor een goede voortgang van het evangelie.
Groen
licht !
Wie de veelheid van korte-termijnplannen overziet komt dingen tegen die
aanleiding geven het licht op groen te zetten. Sommige initiatieven maken
je er enthousiast voor, we noemen er vier:
-
Het is naïef te denken dat de opdracht om alle volken
te bereiken volbracht kan worden door kortlopende acties. Deze immense
taak vereist de inzet van toegewijde getuigen, die bereid zijn nieuwe
talen te leren en zich aan te passen aan andere culturen. Het op deze
wijze incarneren van Gods liefde neemt tijd, heel veel tijd.
-
Robertson McQuilken vergelijkt korte-termijn zending
met een proefhuwelijk. Het is in feite onmogelijk het huwelijk voor een
bepaalde tijd te proberen, want het wezenlijke van het huwelijk is juist
onvoorwaardelijke en onbeperkte trouw. Zonder belofte van trouw kun je
wel een relatie testen, maar zeker niet de huwelijksrelatie, want die
valt of staat met die trouwbelofte. Ook de kortverbander kan onmogelijk
in een beperkte tijd te weten komen waartoe hij in staat is wanneer hij
zich de taal en de cultuur eigen gemaakt heeft. De respons van de mensen
die hij wil bereiken zou wel eens heel anders kunnen zijn, wanneer ze
zouden weten dat de verkondiger geen vluchtige voorbijganger is.
-
Bepaalde diensten van short-termers kunnen veel goedkoper
en eenvoudiger verricht worden door de lokale bevolking. Waar een plaatselijke
metselaar minder dan een tientje per dag vraagt, moeten duizenden guldens
worden neergeteld om een westerling daar een paar weken te laten werken.
Bovendien zijn velen in de derde wereld op zoek naar werk.
-
Opvang en begeleiding van kortverbanders vraagt kostbare
tijd en inzet van de zendelingen op het veld. Waar moeten ze slapen, wie
rijdt ze van A naar B, wat te doen wanneer iemand ziek wordt, z'n paspoort
kwijt is, de bevolking beledigd door onbedoeld kwetsend gedrag enz. enz.
We kunnen nu al stellen dat over deze dingen geen overhaaste en ongenuanceerde
besluiten genomen kunnen worden. Uiteindelijk moet elk initiatief getoetst
worden aan de hand van de twee belangrijkste normen: Krijgt God de grootst
mogelijke eer en worden mensen er eeuwig beter van?
Gezocht moet worden naar een benadering die optimaal profiteert van de voordelen
van groen en de gevaren van rood maximaal beperkt. Ook in deze kwestie ligt
de waarheid ergens in het midden.

Een oranje knipperlicht
!
Geboden lijkt een oranje knipperlicht-benadering, die leidt tot
het inpassen van nieuwe werkvormen in een gezond duurzaam kader. Dit zal
moeten gebeuren aan de hand van een aantal algemene doelstellingen. We noemen
er vijf:
-
De belangrijkste taak van lange termijn zending is het
stichten van gemeenten. Voor dat doel moeten persoonlijke offers gebracht
worden. Het vereist Godsvertrouwen, hard werken, gebed. De zendingswerker
is geroepen als zaad gezaaid te worden, zo nodig te sterven, opdat nieuw
leven kan ontstaan in de vorm van een gemeente. De zendeling is daar niet
om de thuisgemeente in eigen land te helpen hun kortverband-programma's
te realiseren.
-
Korte termijn zending is geschikt voor degenen die een
waardevolle bijdrage kunnen leveren.
De kortverbander moet dienstbaar zijn aan de prioriteiten die gelden voor
lange-termijn zending. Zijn inzet moet aansluiten bij de activiteiten
van de lokale kerk en het zendingsteam. Zo zou een computerdeskundige
een belangrijke bijdrage kunnen leveren door een nieuw systeem op te zetten
in het kerkelijk bureau of het zendingskantoor. Een oogspecialist kan
in korte tijd operaties verrichten die duurzame verbetering geven aan
een groot aantal patiënten. Gods liefde krijgt zo gestalte waardoor
openheid voor het evangelie vergroot kan worden. Echter, wanneer dit soort
projecten niet past binnen de algemene zendingsplannen van kerk en zending,
zijn ze bij voorbaat gedoemd te mislukken.
-
Korte termijn zending moet, zowel in het thuisland als
in het zendingsland, goed gecoördineerd worden.
Verantwoordelijkheden moeten duidelijk vastgelegd worden. Hoe kan de shorttermer
zich goed voorbereiden; van wie krijgt hij relevante informatie? Hier
volgt een onvolledig lijstje van vragen die aan de orde moeten komen:
-
Wie screent de kandidaten?
-
Wie regelt de visa, de inentingen etc.?
-
Wie vertelt wat wel\niet meegenomen moet worden?
-
Hoeveel bagage mag mee?
-
Wat voor soort reisverzekering is nodig?
-
Wie is verantwoordelijk voor het contact tussen de
kandidaat en de kerk en de zending in het gastland?
-
Wie draagt zorg voor de financi?n; waar komt het geld
vandaan en hoe komt het in de juiste valuta op de plaats van bestemming?
-
Wie levert adequate informatie over het gastland en
de andere cultuur?
-
Wie ruimt puin wanneer fouten worden gemaakt?
-
Wat te doen wanneer de kortverbander materiaal vernielt,
een auto total-loss rijdt, zoals enige tijd geleden gebeurde?
-
Wie vangt de kortverbander op bij aankomst op het vliegveld?
-
Wie bereidt zijn maaltijden?
-
Wie vertaalt voor hem?
-
Wie introduceert de nieuweling bij lokale autoriteiten?
-
Wie zorgt ervoor dat de benodigde materialen beschikbaar
zijn?
-
Wie leent zijn oor en tijd wanneer de hij aan heimwee
lijdt?
-
Hoe kan de kortverbander communiceren met familie thuis,
of omgekeerd?
-
De verwachtingen van resultaten van kortverband werk
moeten realistisch zijn.
Om frustraties te voorkomen moet de kortverbander zich vantevoren bewust
zijn van de problemen die hem wachten. Fetherlin vertelt hoe hij zelf
als kortverbander uitging met het voornemen in korte tijd grootse dingen
te verrichten. Die plannen schrompelden ineen toen bleek dat de communicatie
met de mensen daar zich beperkte tot een beleefde glimlach, want de taal
sprak hij niet. Toen hij daar ziek werd besefte hij dat hij de zendelingen
slechts tot last was en de aandacht opeiste die ze zonder hem aan hun
eigenlijke arbeid hadden kunnen besteden. Mogelijk profijt en verlies
moeten goed worden afgewogen.
-
Korte termijn zending is kostbaar. Sommige kortverbanders
offeren hun vakantie op voor het project, betalen een maandsalaris voor
de onkosten, soms aangevuld met bijdragen van hun gemeente. Daarnaast
wordt "betaald" met energie die opgaat aan voorbereidingen en
het onder tijdsdruk werken in een onaangenaam klimaat. Bij terugkeer is
men gestressed en nauwelijks in staat het normale werk te hervatten. Dat
ook van de kant van de begeleidende zendelingen een prijs gevraagd wordt
is boven al aangeduid. Kortom: tijd, energie geld worden gevergd van verschillende
partijen. Dit aspect verdient grondige afweging.

Conclusie.
Duidelijk mag zijn dat kortverbanders onmogelijk de werkers die hun leven
wijden aan de zendingstaak kunnen vervangen. Maar we hebben ook positieve
kanten gezien. Het licht mag niet altijd op rood, maar ook niet altijd op
groen staan. Kiezen voor het oranje knipperlicht betekent in dit geval dat
initiatieven met voorzichtigheid en onderscheidingsvermogen beoordeeld moeten
worden. Kandidaten moeten in goede geestelijke en lichamelijke gezondheid
verkeren, door hun thuisgemeente in hun visie ondersteund worden en over
voldoende middelen beschikken. Hun inzet moet passen in de algemene strategie
op het zendingsveld. Kerk, zendeling en kortverbander moeten er op vooruitgaan.
Ieder zal op korte en lange termijn moeten zoeken naar dat wat de Here verheerlijkt.
Dan bereiden we de weg des Heren, dan kan het licht op groen.