| Het spanningsveld van een beroepskracht | |||
Auteur: Alex T.
Zo, je bent een tentenmaker! Dat is toch iemand die zijn eigen centen verdient door in zijn beroep in een ver en evangelie-onvriendelijk land, te getuigen onder collegae en buren, dan een huisgemeente of iets dergelijks sticht (alleen of met een team) en die een groep bidders achter zich heeft staan... Natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan!
Er is al veel over tentenmakers geschreven, en het beeld net geschetst, zou onrealistisch zijn zonder al de spanningen die een werker in een zendingsland doormaakt. Er zijn spanningen die elke zendeling ervaart, zoals cultuurschok, armoede om je heen, corruptie, het leren van een nieuwe taal, politieke en sociale onzekerheden, het krijgen van financieel support (veel tentenmakers verdienen niet genoeg om in hun onderhoud te voorzien). Maar daarnaast zijn er ook heel wat specifieke spanningen voor de beroepskracht. Eén ervan is bv. dat je veel tijd in je beroep moet steken en je je niet 100% kunt toeleggen op het leren van de lokale taal en cultuur. De tentenmaker is meestal in een land waar het evangelie niet openlijk welkom is, en waar hij of zij worstelt hoe je het evangelie het best door kunt geven. Je kan je gaan afvragen wat je aan het doen bent als je werk geen zichtbaar succes heeft. Je moet oppassen hoe je communiceert met je achterban. Een ander probleem is je identiteit, waar ik verder op wil ingaan.
Identiteitscrisis
Wie ben je als beroepskracht? Enerzijds komt die vraag op je af tijdens
je verlof. Je kan niet zeggen dat je 'zendeling' bent vanwege de verkeerde
connotatie die dat met zich meebrengt. Je kunt om veiligheidsredenen dikwijls
niet in het openbaar over je roeping vertellen, alhoewel die roeping je
leven is! Je verlangt naar de steun die zendelingen krijgen en je wilt zoveel
mogelijk mensen rekruteren voor gebed en ondersteuning van Gods werk, waar
jij je leven voor inzet.
Op het veld komt die vraag ook op je af als mensen vragen: "Wat doet u hier?" Als je een baan hebt waarin je heel wat uurtjes steekt, is dat gemakkelijk te beantwoorden. Andere tentenmakers hebben wel legitiem een visum, maar hun sponsor (een bedrijf of instelling) geeft hen niet veel werk waardoor zij naast hun werk heel wat aan 'zending' kunnen doen. Je antwoord blijft inderdaad je werk, hoewel je hart soms toch ergens anders is.
Er is, helaas, ook een andere categorie tentenmakers die een visum hebben voor een bedrijf of instelling dat enkel een dekmantel is om het land binnen te komen, en (intern) niet tot doelstelling heeft echt werk te leveren. De integriteit hiervan valt te betwijfelen. Samuël moest David tot koning zalven, maar vanwege levensgevaar ging hij voor een echt offerfeest naar Bethlehem (niet onder het mom van; 1 Sam. 16). Beiden, het offerfeest en de zalving, waren Gods idee. Integriteit is een belangrijke vraag.
Integriteit
Integriteit is ook een intern spanningsveld en je moet jezelf afvragen 'wie
ben ik?' Dat is ook heel belangrijk als je een team gaat vormen met andere
beroepskrachten. Want de een beantwoordt die vraag anders dan de ander.
Er is een spectrum van identiteit en roeping onder beroepskrachten - elk
is een gave van God die begrepen moet worden om onderlinge wrijvingen zo
klein mogelijk te houden. Ian Prescott, OMF International's directeur voor
evangelisatie, noemde dit 'het spectrum van de tweeën en drieën'.
Hij groepeerde werkers zoals in onderstaande tabel (aangepaste tabel uit
"Understanding Professionals and their Sense of Call/Vocation). De
tabel plaatst de beroepskracht (type 2 & 3) tussen de zendeling (type
1) en iemand die in het buitenland werkt zonder een specifieke zendingsroeping
(type 4).
| Type | 1 | 2 | 2,5 | 3 | 4 | 5 |
| Roeping | Zending | Zending (beroep) | Zending / beroep | Beroep (zending) | Beroep | Beroep |
| Eigen identiteit | Zendings roeping | Zendings roeping | Zending en beroep | Beroeps roeping | Beroeps roeping | Beroeps roeping |
| Bediening & doelstelling | Het bereiken van een volk. Geen beroep en roeping hiervoor. | Het bereiken van een volk. Gebruikt zijn beroep wanneer dit helpt zijn doel te bereiken. | Het bereiken van een volk en dienen in je beroeps- setting Voelt een roeping voor beide. Als de twee in conflict zijn, niet zeker welke keus te maken. |
Dienen in je beroepssetting. Als het past, gebruikt zijn beroepssituatie om een volk te bereiken | Dienen in je beroeps- setting. Getuig waar je geplaatst bent. Vond werk overzee. |
Dienen in je beroepssetting. Getuig waar je geplaatst bent. Bleef 'thuis'. |
| Plaats in de organisatie | Zendeling | PSA | PSA | PSA | Partner | Supporter |
| Problemen | Kan gesloten landen niet binnen | Vind een "3" iemand zonder toewijding, doel en enthousias-me. Gefrustreerd met de beperkingen van gesloten landen. Verleiding om met een nep-beroep het land binnen te komen | Voelt zich schizofreen | Vind een "2" niet professioneel en zonder
integriteits- gevoel. Gefrustreerd met lokale professionele standaards. |
Velen passen zich moeilijker aan lokale cultuur aan, zonder taalkennis etc… |
Paulus, 'de tentenmaker', was een "2" (zie tabel) - zijn roeping was duidelijk die als gezondene. Tenten maken was enkel en alleen om in zijn onderhoud te voorzien. (Dus is de hedendaagse betekenis van het begrip 'tentenmaker' in feite misleidend!) Als tenten maken niet nodig was, was hij graag een "1". Anderen zijn een "3" - en willen net als de zendeling (de "1") en de "2" de lokale taal en cultuur leren, maar met als doel om de bevolking met hun beroep te dienen in de naam van Jezus. Ze werken hard en hebben een goed getuigenis op elk vlak waarbij ze betrokken zijn, maar hebben misschien de tijd (en mogelijkheden) niet om een hele nieuwe bediening te ontwikkelen. Als men het verschil niet ziet, is er de neiging dat de één de andere 'ongeestelijk' vindt. De "2" vindt de "3" niet toegewijd, en de "3" vindt de "2" oneerlijk (zie tabel). Het verschil is gebaseerd op ieders eigen maatstaven of roeping.
De meeste beroepskrachten bevinden zich ergens tussen de "2" en de "3" - samengevat bij de "2,5" in de tabel. Sommigen zijn meer "2,2", anderen "2,7" - al naar gelang hun God-gegeven uniciteit, en dikwijls ook beïnvloed door de omstandigheden van het land. Dikwijls verandert je positie in de loop der tijd en door je eigen wandel met de Heer. (Je komt b.v. als een "2,8" het land binnen, maar door de mogelijkheden en verlangens die God je op het hart legt, word je in een paar jaar een "2,2", of je geniet juist meer van de mogelijkheden op je werk en je wordt van lieverlee een "3".) Maar het spanningsveld blijft dikwijls bestaan - je erkent beide polen en wordt aan beide kanten getrokken. Sommigen voelen zich schuldig omdat ze zich niet 100% kunnen inzetten (de extra mijl) voor hun beroepswerk omdat ze ook druk zijn met zendingswerk. Anderen vinden dat hun beroep hen afhoudt van het zendingswerk dat ze willen doen. Of allebei: je voelt je schuldig omdat je beroep en zending niet beide voor 100% kunt doen.
Hulpmiddelen
Dit spanningsveld is niet eenvoudig op te lossen. Hoogstwaarschijnlijk is
het één van Gods middelen om juist van Hem afhankelijk te
blijven! Een verstopte zegen - maar om die te ontdekken moeten we wel Gods
aanwijzingen volgen. Het is van belang dat je weet wat voor jou belangrijk
is. Waar pas jij in het bovenstaande spectrum (en vergeet niet dat verschuivingen
mogelijk zijn). Wees integer. Weet waarvoor je geroepen bent, en begrijp
dat God anderen een andere roeping kan geven. Heb een gezonde kijk op jezelf,
en wees realistisch met betrekking tot de beperkingen die er zijn. Oordeel
anderen niet die God op een andere manier gebruikt. Leer op God te vertrouwen
dat Hij ook jouw beroep kan gebruiken voor Zijn doeleinden. Eén ding
is zeker, namelijk dat beroepskrachten een unieke en belangrijke rol hebben
in de vervulling van de Grote Opdracht. Hij die hun roept is getrouw, en
wil hen Zijn vrede geven.