| Christelijke ontwikkelingssamenwerking: Bestaansrecht en ethiek | |||
Auteur: Door Ir. J. Lock, directeur Woord en Daad
Artikel overgenomen uit Informatief, een uitgave van de EZA
In onderstaand artikel is sprake van Prisma. Prisma is
een vereniging, waarvan de leden organisaties zijn van reformatorische en
evangelische signatuur, die betrokken zijn bij ontwikkelingssamenwerking.
EZA maakt als koepel ook deel uit van deze vereniging en heeft binnen Prisma
een vertegenwoordiging van 4 EZA deelnemers .
Onderstaand artikel is geschreven door Ir. J. Lock, penningmeester van het
Prisma bestuur.
Zolang ik er in werk vraag ik me af of christelijke ontwikkelingssamenwerking
wel bestaat. In zijn beroemde Four points legde Truman weliswaar de link
naar de humaniteit. Daarnaast verwees hij indirect naar de indrukwekkende
prestaties van zending en missie op het terrein van diaconaat.
Maar in haar nog maar jonge geschiedenis blijken motieven van andere aard
uiteindelijk de agenda te bepalen. Ontwikkelingssamenwerking (o.s.) lijkt
van meet af vooral een politiek en economisch verhaal. Niet voor niets staat
sinds de val van de muur in 1989 de politieke wil om veel geld voor o.s.
vrij te maken on-der druk. Daarvóór was o.s. blijkbaar een
middel in de hand van overheden om hun positie binnen de tegenstelling oost
en west via steun aan arme landen tot uiting te brengen en daarmee die landen
te binden aan hun politieke keuze. Zo-wel het woord ontwikkeling als samenwerking
waren daarbij lapjes om de blijk-baar vooral politiek ingegeven motieven
te bedekken.
Als het humanitaire motief binnen o.s. al een rol gespeeld heeft, was dat
eigenlijk altijd een ondergeschikte. De band met de christelijke prehistorie
van o.s. staat daarmee op zijn best onder druk. Op zijn slechtst zou je
misschien niet eens moeten willen om van christelijke o.s. te spreken.
In sombere buien (ik heb ze overigens zelden!) denk ik wel eens dat o.s.
zo met politiek verwikkeld en bezoedeld is, dat we er maar nooit het bijvoeglijk
naam-woord christelijk aan moeten plakken. Maar dat we, in plaats daarvan,
naar woorden moeten zoeken die veel beter en veel sterker de totale verbondenheid
tussen ons en de armen en de armen en ons tot uitdrukking brengen.
Dat gevoel heb ik ook bij het huidige o.s.beleid van de Nederlandse overheid.
Ik heb waardering voor de vraag naar hulp die echt helpt. Tegelijkertijd
wordt de doeltreffendheid van o.s. afgemeten aan al datgene wat wij mensen
kunnen zien en tellen. De meetpunten zijn wel heel erg uitgedrukt in economische
zin.
De andere kant is natuurlijk dat je daarmee een terrein prijsgeeft, waarom
vanuit christelijke motivatie, vanuit bewogenheid aandacht gevraagd mag
en moet wor-den voor de mensen die uiteindelijk in o.s. de rol zouden moeten
spelen.
O.s. is geen technisch proces waar een product uitrolt dat aan objectieve
kwali-teitsnormen moet voldoen. O.s. is werk van, met, door en voor mensen.
Dat brengt het werk in aanraking met alle facetten van het leven, inclusief
zinge-vingsvragen, inclusief de levensbeschouwelijke oriëntatie op
normen en waar-den, inclusief de geestelijke wortels in het menszijn.
Wie in o.s. stapt, zal snel merken dat door een of andere merkwaardige gedach-tekronkel
westerlingen denken dat de aspecten van het menszijn als losse arti-kelen
in elke willekeurige samenstelling in een mandje gestopt kunnen worden.
Het westers denken is daarin, zeker getalsmatig, een marginale minderheid.
Tenminste 'tweederde' van de mensheid (in ons politiek bestel voldoende
voor een grondwetswijziging!) ziet het leven als een eenheid, waarin de
aspecten op consistente wijze samenhangen.
Ook westerse christenen ontkomen overigens niet aan de boodschappenmand-jesvisie
in het menszijn. Menig christen zal de tweederde vertalen met vier miljard
zielen. Alsof die miljarden geen lichaam hebben!
Daarom geloof ik uiteindelijk toch in christelijke ontwikkelingssamenwerking. Al was het alleen maar om de o.s. uit te laten stijgen boven de aloude politieke, economische en anderszins eigenbelangen van de donerende landen. Al was het alleen maar om hernieuwd aandacht te vragen voor de relaties tussen mensen. Relaties die basaal de doorslag geven in dat wat wij ontwikkelingssamenwerking noemen.
Eergisteren nog hadden we een bijeenkomst tussen Prisma en een aantal verte-genwoordigers uit de politiek over ontwikkelingssamenwerking. Het was heel opvallend dat we met elkaar gegrepen werden door de uitdaging om de mens vanuit een dimensie als bewogenheid weer opnieuw in te brengen in de discus-sies rond ontwikkelingssamenwerking.
Van buiten naar binnen
Dus toch een insteek voor christelijke ontwikkelingssamenwerking. Het is
belang-rijk daarbij de historie niet te vergeten. De basis voor ontwikkelingssamenwerking
werd gelegd door een president van de Verenigde Staten. De wereldwijde aan-dacht
voor ontwikkelingssamenwerking condenseerde in een motie van de Vere-nigde
Naties. De primaire insteek is de staat en de relaties tussen staten.
Dat geeft bij wat we christelijke ontwikkelingssamenwerking noemen tegelijkertijd
een aantal beperkingen.
Het is beslist niet hetzelfde als diaconaat. Diaconaat is dienstbetoon binnen
en vanuit de christelijke gemeenschap. Dat kan zeker leiden tot internationaal
dienstbetoon, overlapt met ontwikkelingssamenwerking, maar pretendeert niet
primair structurele veranderingen in samenlevingen op grotere of kleinere
schaal te bewerkstelligen. Diaconaat kiest haar primaire insteek bij mensen
vanuit be-wogenheid voor mensen. Diaconaat verricht daarbij op het gebied
van samenle-vingen overigens soms wonderen.
Ontwikkelingssamenwerking steekt in op de samenleving, groter of kleiner
en pretendeert vanuit die insteek de levensomstandigheden van mensen te
verbete-ren.
Je zou het zo kunnen zeggen: diaconaat werkt van binnen naar buiten. Ontwik-kelingssamenwerking
werkt van buiten naar binnen. Uit de aard van de zaak zullen diaconaat en
ontwikkelingssamenwerking elkaar ergens ontmoeten en ergens overlappen.
Ethiek
Terug naar de ethiek van christelijke ontwikkelingssamenwerking. Ethiek
zegt iets over goed en kwaad. Spreekt zich normerend uit over wat goede
en wat niet-goede ontwikkelingssamenwerking is. Als we ook nog eens over
christelijke o.s. spreken dan geeft de ethiek aan wat goede en niet-goede
christelijke o.s. is.
Gebaseerd op het voorgaande betoog zie ik christelijke o.s. als:
De
gehele mens
Nu ik in contouren de ethiek van christelijke o.s. neergezet heb (meer pretendeer
ik in zo'n kort bestek als dit artikel niet) kunnen wat meer specifiekere
vragen beantwoord worden.
Een spannende vraag is bijvoorbeeld hoe deze ethiek zich verhoudt tot het
ho-lisme. Mijn antwoord is eigenlijk tweeledig. In eerste instantie geef
ik in de ethi-sche kaders aan dat christelijke o.s. de hele mens in zijn
eigen specifieke omge-ving op het oog heeft, de heelheid van mensen nadrukkelijk
meeneemt in zijn benadering. Dat is een benadering die past in het holisme.
Tegelijkertijd moet niet vergeten worden dat o.s. werkt vanuit een bepaalde
aan-pak: ze heeft als primaire insteek de samenlevingsverbanden en werkt
van daar-uit naar mensen toe. Die beperkte insteek staat op gespannen voet
met het ho-lisme, omdat holisme in zijn benadering alle aspecten van het
leven in een sa-menhangend geheel mee wil nemen. Idealiter wellicht nastrevenswaardig.
Maar wie armoede en o.s. in al haar complexiteit kent, weet dat mensen te
beperkt zijn voor zo'n totaalaanpak.
Getuigenis
In haar motieven, in haar verantwoording afleggen, in haar keuzes, dient
christe-lijke o.s. getuigenis te zijn. Ik doe daarbij geen uitspraak over
wat belangrijker is het Woord of de daad. Beide dienen met elkaar een eenheid
te vormen en daar-mee getuigenis te zijn. Niet alleen verbaal, maar ook
non-verbaal.
Ik wil afsluiten met een voorval, dat ooit plaatsvond in de meest criminele
wijk van het door geweld geteisterde Bogotá. Ik liep twee keer door
de wijk. De ene dag met een andere bezoeker. De tweede dag zonder die bezoeker
met een Colombiaanse begeleider.
De tweede keer werden we aangeklampt, door iemand, wiens lichaam geteisterd
was door drugs, drank en geweld. Hij stelde maar één vraag:
Waarom stralen jullie ogen betrokkenheid en liefde uit en waren de ogen
van die man gisteren angstig? Getuigenis. Zonder woorden.