|
Namibië is misschien een beetje een vergeten land van Afrika. Het heeft een oppervlakte van 823.146 km2 (Latimer-Clarke, 2000). Dat is vergelijkbaar aan de oppervlakte van Frankrijk en Duitsland samen. In 1999 had Namibië een geschatte bevolking van ongeveer 1,7 miljoen met een dichtheid van 2,0 personen per km2 (World Bank Group, 2000). Daarmee is het een van de dunstbevolkte landen van Afrika (Bayer, 1990, p.5).

Namibië ligt tussen de 17º en 28º zuiderbreedte. Doordat de tropische hogedrukgebieden en de passaatwinden overheersen op deze lage breedte ontstaat er een droog tropisch klimaat (Britannica.com, 2000). In de zomer loopt de temperatuur op tot 35º Celsius of meer. Aangezien Namibië op het zuidelijk halfrond ligt, duurt de zomer van november tot en met april. In de winter dalen de temperaturen naar 18º- 25º (Africa.com, 2000).
De passaatwinden, die op het zuidelijk halfrond vanuit het zuidoosten waaien, voeren vochtige lucht aan vanaf de Indische Oceaan. Deze winden waaien echter vooral in de zomer dus dan valt de meeste neerslag (Strahler, 1997, p.123-130). De gemiddelde neerslag varieert van 100 mm in het westen tot 640 mm in het noordoosten (Softkey, 1996).
Aan de hand van deze klimatologische aspecten is Namibië in te delen in drie topografische regio’s.
Ten eerste de Kalahari woestijn in het oosten en zuidoosten van het land. Als de vochtige lucht van de passaatwinden boven land komt valt er neerslag uit. De meeste neerslag valt aan de zuid- en zuidoostkusten van het continent Afrika. Als de lucht boven de Kalahari is heeft deze al een groot deel van zijn vocht verloren, maar de neerslag is voldoende om een steppe vegetatie met harde stekelige flora mogelijk te maken.
Ten tweede het centraal plateau. Dit gebergte bevindt zich in het midden van het land op een hoogte van 975 tot 2000 meter (Latimer, 2000). Als lucht moet stijgen valt er neerslag uit. Dit gebied heeft dan ook de meest regelmatige neerslag en is als gevolg daarvan het dichtstbevolkt (Bayer, 1990, p.26).
De derde regio is de Namib woestijn. Deze woestijn is een smalle kuststrook met een hard en zeer droog klimaat. Doordat de lucht zich al zolang boven land bevindt en vanwege de stijgingsregen bijna van alle vocht is ontdaan, valt er in dit gebied vrijwel geen neerslag. Dit gebied is een van de droogste op aarde met een neerslag van soms maar 5 mm per jaar (Softkey, 1996).
De bevolking is de afgelopen decennia hard gegroeid, gemiddeld met zo’n 3% per jaar.
De laatste jaren zwakt deze groei iets af (figuur 1) ; dit heeft naast demografische processen vooral te maken met veel sterfgevallen door AIDS (Bartleby.com, 2000). Zo’n 20 tot 25% van bevolking is hiermee besmet
Figuur 1 Bevolkingsgroei en projectie van Namibië
Bron: Bayer,1990, p.66 & Latimer, 2000 & Softkey,
1996
De exacte bevolkingsomvang is niet bekend; alle cijfers berusten op schattingen. Een groot deel van de bevolking, 85,5%, bestaat uit acht Afrikaanse etnische groepen (tabel 1).
Tabel 1 Etniciteit als aandeel van de bevolking in 2000
|
Etniciteit |
abs. aandeel (*1000) |
rel. aandeel |
|
Ovambo's |
850,0 |
50,0 |
|
Kavango's |
153,0 |
9,0 |
|
Herero's |
119,0 |
7,0 |
|
Damara's |
119,0 |
7,0 |
|
Nama |
85,0 |
5,0 |
|
Caprivian |
68,0 |
4,0 |
|
San |
51,0 |
3,0 |
|
Tswana |
8,5 |
0,5 |
|
Kleurlingen |
144,5 |
8,5 |
|
Blanken |
102,0 |
6,0 |
|
Totaal |
1700,0 |
100,0 |
Bron: Bartleby.com, 2000 & World Bank Group, 2000
De blanken zijn vooral uit Zuid-Afrika, Groot-Brittannië en Duitsland
afkomstig. Hoewel hun aandeel relatief klein is zijn de gevolgen van hun aanwezigheid
duidelijk zichtbaar.
Als men een wandeling door Windhoek of Swakopmund maakt valt op dat alle gebouwen
en monumenten herinneren aan de Duitse koloniale tijd, men waant zich niet
in Afrika (Kasasa, 1999, p.38).
Het beleid van apartheid heeft een grote stempel gedrukt op de maatschappij.
Hierdoor is zowel in sociaal als in economisch opzicht een dualistische structuur
ontstaan die de ontwikkeling van niet-blanken belemmert. Veel zwarte mannen
werken tot vandaag in de vorm van contractarbeid in het vroegere blanke woongebied,
ver van hun eigen "thuisland". Discriminatie is verweven in de samenleving.
Wetten zijn betrekkelijk snel herschreven, maar gewoonten en opvattingen hebben
nu eenmaal veel meer tijd nodig om te veranderen (Bayer, 1990, p.32).
Als gevolg van de contractarbeid kent Namibië een groot aantal gescheiden
gezinnen. Mannen zijn soms wel 18 maanden van huis en trekken daarna vaak
noodgedwongen opnieuw weer weg, op zoek naar werk. Bij de mannen werkt dit
alcoholisme en prostitutie in de hand. De vrouwen moeten de opvoeding alleen
doen en houden bovendien vaak het veld rond het huis bij. Kinderen lopen eerder
weg van school en vooral jongens zoeken het vaak in drankmisbruik, geweld
en diefstal. (Bayer, 1990, p.33-35)
Door het kolonialisme is het christendom wijdverspreid in Namibië. Bijna 80% van de bevolking is Lutheraans, Rooms-katholiek, Anglicaans of Nederlands gereformeerd.
Figuur 2 Godsdiensten in Namibië (2001)
Bron: Johnstone, 2001, p.466
Lange tijd had Namibië het grootste percentage christenen van Afrika. Er is echter een duidelijke beweging weg van het christendom te zien. Bestaande kerken komen onder invloed van liberale en zwarte theologie. In de vaak etnisch georganiseerde Afrikaanse onafhankelijke kerken vinden er mengingen plaats met elementen uit lokale etnische godsdiensten. Het verleden van apartheid creëert spanningen tussen de etnische kerken.
Twee groepen wijzen het christendom in grotere mate af dan de rest, jongeren en de blanken. De jongeren zijn naar de geest van de tijd meer materialistisch ingesteld en vinden geloven ouderwets en overbodig. De blanken worden meer dan de zwarten aangesproken door het humanisme. Zo’n 60% van de blanken geeft aan niet gelovig te zijn.
De laatste jaren hebben zendelingen van ‘SIM International’ en ‘Jeugd Met Een Opdracht’ Baptisten en Pinksterkerken gesticht en versterkt in gebieden waar het evangelie slechts oppervlakkig was doorgedrongen. De evangelisch/charismatische kerken, niet zichtbaar in figuur 2, maken 16,1% van de bevolking uit. Deze richting groeit het hardst met gemiddeld 7,85% per jaar.
Er is behoefte aan leiderschapstraining om de invloeden van andere godsdiensten of stromingen te weerstaan en om voldoende diepgang te creëren in de evangelische/charismatische kerken. Het grote Seminarium in Namibië is eveneens erg beïnvloed door liberale en zwarte theologie. Het vertrouwen wordt soms meer op occultisme dan op God gesteld. In de hoofdstad, Windhoek, bevindt het Namibië Evangelisch Theologisch Seminarium maar dit is de enige van het land.
Er zijn 259 zendelingen in Namibië. Doordat het land dunbevolkt is kunnen moderne media een effectief medium zijn voor onderwijs en evangelisatie. Christelijke radio heeft hierin tot nu toe een belangrijke rol gespeeld. Buiten de grote steden is literatuur in lokale talen zeer schaars (Johnstone, 2001, p. 465-468).
De oudst bekende bewoners van het gebied zijn de San, beter bekend als de bosjesmannen. Tussen de 9e en 14e eeuw kwamen een aantal herdersvolken, de Herero’s, Ovambo’s, Kavango’s, en Tswana’s naar Namibië. In 19e eeuw kwamen daar de Nama’s en waarschijnlijk de Damara’s bij. Al deze volken kwamen niet uit vrije wil naar Namibië maar werden van vruchtbaardere gronden verdreven door andere Afrikaanse volkeren, of later door Basters en Europeanen (Bayer,1990, p.7,8).
De weerbarstige aard van de Namib woestijn weerhield de Europeanen er tot 1876 van het binnenland in te trekken. De Duitse handelaar Adolf Lüderitz stichtte de plaats Lüderitz. In 1884, werd Namibië Duits protectoraat onder de naam ‘Deutsch Südwestafrika’. In 1906 en 1908 werden de eerste koper- en diamantvelden ontdekt. De Afrikaanse bevolking werd door de toenemende kolonisatie steeds meer van hun land verdreven en tot tweederangs burgers gemaakt. In 1904 kwamen de Herero’s in opstand. De Nama’s kozen later voor een guerrillaoorlog. Beide resulteerden in een bloedbad waarbij driekwart van de twee volken omkwam. Tijdens het in genocide culminerende kolonisatieproces werd de Afrikaanse bevolking gehalveerd (Bayer,1990, p.5,9-11).
Na WO I kreeg Zuid-Afrika namens de Volkenbond het mandaat over Namibië, onder de naam Zuid-West-Afrika. De raciale segregatie, die tijdens de Duitse tijd was begonnen, werd verder versterkt. Vanaf 1922 werd de Afrikaanse bevolking verplicht te verhuizen naar reservaten in het onvruchtbaardere noorden van het land. Deze verhuizing betekende een grote achteruitgang in bestaansmogelijkheden. Na WO II werd de apartheid ingesteld. De Zuid-Afrikaanse greep op Namibië werd steeds groter. Bovendien bleek dat Zuid-Afrika niet van plan was het mandaat aan de inmiddels geheten Verenigde Naties terug te geven. In 1964 kreeg elke etnische groep zelfs zijn eigen "thuisland". Deze thuislanden functioneerden "zelfstandig" volgens het systeem van gescheiden ontwikkeling. Het verzet van de Afrikaanse bevolking nam toe; elke vorm van protest werd echter hard neergeslagen. In 1960 werd de SWAPO (South West African People’s Organisation) opgericht. Deze partij begon in 1966 met gewapend verzet tegen de Zuid-Afrikaanse overheersing, het systeem van de apartheid en de reservaten. Dit zou het begin zijn van een 25-jaar durende guerrillaoorlog die zich vooral in het Noorden van Namibië afspeelde (Bayer, 1990, p.11-17).
De buitenlandse kritiek op Zuid-Afrika nam toe. In 1971 noemde het Internationaal Gerechtshof in Den Haag de Zuid-Afrikaanse aanwezigheid in Namibië "illegaal". Als reactie daarop veroordeelden de kerken in Namibië het apartheidsregime. De Verenigde Naties erkenden in 1973 de SWAPO als legitieme vertegenwoordiging van het Namibische volk.
Er volgden nog 17 jaren van intensieve onderhandeling en gevechten voordat onder leiding van de Verenigde Naties verkiezingen werden uitgeschreven voor november 1989. De laatste fase van het proces verliep vreedzaam, maar werd verstoord door berichten over SWAPO-strijders die zich eveneens schuldig hadden gemaakt aan martelingen en moorden. De verkiezingen werden overtuigend gewonnen door de SWAPO en op 21 maart 1990 werd Sam Nujoma de eerste President van Namibië (Bayer, 1990, p.6,7,17-24). Bij de verkiezingen van 1994 en 1998 kwam de SWAPO steeds als winnaar uit de bus en Nujoma is nog steeds president (Latimer, 2000). De laatste jaren komt er echter meer kritiek op Nujoma en de SWAPO. Er gaan stemmen op die vinden dat het tijd is voor vernieuwing. Dit uit zich bijvoorbeeld in de oprichting van een nieuwe politieke partij, het ‘Congress of Democrats’ (CoD) (Kasasa, 1999, p.31).
|
|
|||||
|
Vanaf het moment dat de eerste Blanken voet aan wal hebben gezet in Namibië is de lokale bevolking behandeld als minderwaardig en tweederangs burgers. Een politiek van apartheid heeft ervoor gezorgd dat Namibië wordt gekenmerkt door een dualistische structuur. Een kleine groep blanken leeft op de vruchtbaarste grond in rijkdom terwijl de zwarte bevolking armoede leidt. Deze dualistische structuur gaat echter verder dan een statistisch verschil in de verdeling van inkomen of landbouwgrond. Het zit in de maatschappij verweven. Harry Bunk beschrijft de stad Swakopmund in de Spits van 15 sept. 2000 als volgt: "Voor een boek moet je naar de Büchhandlung aan de Kaiser Wilhelmstrasse en op de menulijst van Hotel Schweizerhaus prijkt een heerlijke Kaffee mit Apfelstrudel". |
Tijdens de politiek van apartheid, is discriminatie een manier van denken geworden. Het idee van "Blank is beter" is zelfs zo sterk dat zwarten elkaar onderling discrimineren. Hoe zwarter hoe minder, en hoe blanker hoe beter. Vooral jonge meisjes gebruiken allerlei bleekmiddelen om hun huid blanker te maken. Door overmatig gebruik en de felle zon in Namibië ontstaan vaak grote witte plekken die niet meer wegtrekken. Families spreken hun schande uit als een meisje met een wel "erg zwarte jongen" trouwt. Het is voor ons haast onbegrijpbaar dat de zwarten,
die van oorsprong het doelwit van de discriminatie waren, toch ook dit
gedachtegoed hebben overgenomen. Voor een werkelijke oplossing van de
discriminatie een cultuuromslag of mentaliteitsverandering nodig is.
Wat dat betreft heeft Namibië nog een lange weg te gaan. |
|
|||
Bron: Kasasa, 1999 & Bunk, 2000
De economie staat niet los van de geschiedenis en cultuur van een land. Namibië is verscheurd door de apartheid en dat heeft nu nog een grote weerslag op de economische situatie.
Het Bruto Binnenlands Product (BBP) bedroeg US$2.180 miljoen in 1996 en het Bruto Nationaal Product (BNP) US$3.569 miljoen. In absolute zin is de omvang van de economie van Namibië zeer gering, maar omdat Namibië weinig inwoners heeft ontstaat een heel ander beeld als er gekeken wordt naar het BNP per hoofd van de bevolking. Met een BNP per hoofd van US$1.453 in 1996 lijkt de economische positie van Namibië veel gunstiger. Gemiddelde cijfers verhullen hier echter een grote ongelijkheid in inkomen tussen blank en zwart. Per jaar groeit de economie met zo’n 3%.
De economie kan worden onderverdeeld in drie sectoren; de primaire, secundaire en tertiaire sector.
Tabel 2 Aandeel van de sectoren in het BBP in 1994
|
abs. *miljoen in US$ |
rel. in |
|
|
Primaire sector |
1,01* |
31.5 |
|
Secundaire sector |
0,47* |
14.5 |
|
Tertiaire sector |
1,74* |
54,0 |
|
Totaal |
3,22* |
100,0 |
Bron: Ministry of Trade&Industry, 1996/97, p.74
*BBP volgens marktprijzen (huidige US$)
De primaire sector bestaat uit mijnbouw, landbouw en visserij. Van oudsher is de economie voor een groot deel afhankelijk van deze sector.
De mijnbouw is een arbeidsextensieve sector die veel inkomsten genereert. Namibië is zeer rijk aan mineralen als diamant, uranium, koper, lood, goud, zilver, cadmium, aardgas en vele meer. De diamanten liggen in het zand letterlijk voor het oprapen. Een gebied van 60.000 km2, tweemaal België, is daarom streng verboden toegang (Bayer, 1990, p.45-48). Bijna de gehele mijnbouwsector is in handen van multinationals.
De landbouw heeft een groot aandeel in de werkgelegenheid maar geeft slechts marginale inkomsten. Hoewel het aandeel van de primaire sector in het BBP steeds verder afneemt is de overheid wat betreft inkomsten toch bijna volledig afhankelijk zijn van de primaire sector, en voornamelijk de mijnbouw.
Figuur 3 Dynamiek in het aandeel van de sectoren in het BBP

Bron: Ministry of Trade&Industry, 1996/97, p.73
De secundaire sector bestaat uit industrie, handel, bouw&constructie
en energie. Het aandeel van de industrie is nog niet erg groot, maar groeit
langzaam. Voor verdere economische ontwikkeling is het noodzakelijk dat de
industrie groeit en diversifieert.
De tertiaire sector beslaat een groot deel van de economie. Deze sector bestaat
voornamelijk uit overheidsdiensten, transport, communicatie en financiën.
In 1994 bestond de tertiaire sector voor bijna 60% uit overheidsdiensten en
hun aandeel neemt steeds verder toe. Deze diensten zorgen ervoor dat meer
bewoners in hun basisbehoeften worden voorzien, verhogen het niveau van onderwijs
en gezondheidszorg en verminderen de ongelijke verdeling van de welvaart.
Het kost de regering echter veel geld (Kasasa, 1999, p.27,28). Er blijft minder
geld over voor investeringen en bovendien leidt het elk jaar tot een begrotingstekort.
Het dilemma komt neer op het lastige vraagstuk waar armoedebestrijding moet
beginnen: op het macro-economisch vlak in de vorm van een goede economische
structuur, of op het individuele gebied in de vorm van betere levensomstandigheden.
De diensten scheppen veel arbeidsplaatsen en dat kan Namibië met de hoge
werkloosheid goed gebruiken. Deze bedraagt tussen de 25 en 35%, maar in zwarte
woongebieden worden ook cijfers van 50% gemeten (Softkey, 1996).
Namibië kent een zeer open economie waarin de export een grote rol speelt. Ongeveer 90% van de totale productie van Namibië wordt geëxporteerd, maar eveneens 90% van de consumptiegoederen moeten worden geïmporteerd, mede door het gebrek aan industrie. Het land produceert wat het niet nodig heeft en consumeert wat het niet maakt. De exportopbrengsten mogen dan hoog zijn, de import kosten bedragen vaak net zo veel (Kasasa, 1999, p.2).
Als men de gemiddelde cijfers van de economie bekijkt lijken de vooruitzichten niet onaardig. Deze cijfers verhullen echter een grote ongelijkheid tussen blank en zwart. Het raciale segregatiebeleid tussen blank en zwart dat jarenlang in Namibië gevoerd werd, heeft geresulteerd in een dualistische structuur. De rijkdom en welvaart zijn zeer ongelijk verdeeld. Dit geldt bijvoorbeeld voor inkomen, werkgelegenheid, landverdeling en voor de toegang tot zorg en onderwijs. Voorzieningen die voor de één vanzelfsprekend lijken, zijn voor de ander een luxe. Deze ongelijkheid vormt misschien wel het grootste probleem van de economie op dit moment. De rijkste 5% procent van de bevolking verdient ruim 70% van het nationaal inkomen terwijl de armste 50% slechts iets meer dan 10% verdient. In consumptie uitgedrukt heeft de rijkste 1% van Namibië net zoveel te besteden als de 50% armste huishoudens (Thompson, 1997, p.71). Van alle landen waar een betrouwbare maat van kon worden bepaald, had Namibië zelfs de meest ongelijke verdeling (Hastings, 1998, p.4).
De apartheid in Namibië is dusdanig ingrijpend geweest dat ongelijkheid
tussen blank en zwart op alle terreinen van de samenleving terug te vinden
is. Deze dualistische structuur vormt het belangrijkste kenmerk van Namibië.
Zowel tijdens de Duitse als tijdens de Zuid-Afrikaanse overheersing werd de
economie van Namibië als inkomstenbron voor het moederland gebruikt.
De binnenlandse markt van Namibië is dusdanig klein dat de gerichtheid
op export noodzakelijk is.
Samenvattend zijn er twee obstakels voor de economische ontwikkeling van
Namibië. De ongelijke verdeling tussen blank en zwart en de onevenwichtige
sectorverdeling. De onevenwichtige sectorverdeling uit zich in een te grote
afhankelijkheid van de primaire sector (mijnbouw) qua inkomsten en een te
hoge lastendruk van de tertiaire sector (overheidsdiensten). Ironisch genoeg
is het creëren van banen in overheidsdiensten nu juist een poging om
het probleem van de ongelijke inkomensverdeling terug te dringen. De onevenwichtige
sectorverdeling en het begrotingstekort zijn zogenaamde problemen in de macro-economische
structuur.
Een oplossing kan misschien zijn het verhogen van de inkomsten van de regering,
zodat er een gezonde macro-economische structuur ontstaat waarin voldoende
middelen beschikbaar zijn om de dualistische structuur af te breken. Op die
manier blijven de economische en sociale aspecten van duurzame ontwikkeling
met elkaar in balans. Daarbij mogen de consequenties voor het milieu niet
vergeten worden.
Dit is natuurlijk makkelijk gesteld maar het is de vraag of de economische vooruitgang snel genoeg gaat om aan de stijgende verwachtingen van de meerderheid van de bevolking te voldoen. Dit is geen eenvoudige opgave voor een regering met weinig middelen en grote verantwoordelijkheden. Met de huidige politieke en economische stabiliteit bevindt Namibië zich op een lange, maar geen heilloze, weg naar voorspoed. Het wegvallen van deze stabiliteit zou een catastrofe betekenen.
Wat betreft het Christendom zijn de invloeden van modernisering duidelijk zichtbaar en vindt de secularisering (ontkerkelijking) steeds meer zijn weg in Namibië. Tot en met de leiders zijn veel kerken beïnvloed door liberale of zwarte theologie. Wat betreft christelijke onderwijscentra en literatuur is het land schaars bedeeld. Christelijke radio heeft daarom veel potenties in Namibië.
Africa.com (2000). Africa.com [online]. [Geciteerd 8 januari 2001]. Beschikbaar op het World Wide Web: <http://www.africa.com/namibia/ci_bti_cli_phtm>. (n.b. Deze site is op tijde van schrijven niet meer online)
Bartleby.com (2000). The World Factbook 2000 [online]. [Geciteerd 8 januari 2001]. Beschikbaar op het World Wide Web: <http://www.bartleby.com/151/169.html>.
Bayer, M (1990), Namibië. Amsterdam / 's Gravenshage: Koninklijk instituut voor de Tropen / Novib.
Britannica.com (2000). Britannica.com [online]. [Geciteerd 8 januari 2001]. Beschikbaar op het World Wide Web: <http://www.Britannica.com/bcom/eb/article/7/0,5716,56117+2+54745,00.html>.
Bunk, H. (2000) Sp!ts, 15 septemper 2000. Amsterdam.
Hastings, T. (1998), Namibia since independence : Lessons from the East Asian "Miracle". Windhoek: The Namibian policy research unit.
Johnstone, P. (2001), Operation World. Carlisle: Paternoster Lifestyle
Kasasa, A. (1999), Best foot forward, In: The Courier, no 177, p. 20-39.
Latimer Clarke Corporation Pty Ltd. (2000). Namibia - Atlapedia Online [online]. [Geciteerd 5 november 2000]. Beschikbaar op het World Wide Web: <http://www.atlapedia.com/online/countries/namibia.htm>.
Ministry of Trade and Industry (1996/97), Business guide to Namibia. Windhoek: Investment Centre of the Ministry of Trade and Industry.
Softkey Multimedia Inc. (1996), Compton's Interactieve Wereldatlas. Amsterdam: TLC Domus.
Strahler, A., & A. Strahler (1997), Physical Geography. USA: John Willey & Sons inc.
Thompson, L. (1997), Post-independence panacea? A developing development discourse in Namibia. In: Africanus. 27, p. 67-85.
World Bank Group, The (2000). The World Bank GroupTitel [online]. [Geciteerd 21september 2000]. Beschikbaar op het World Wide Web: <http://devdata.worldbank.org/data-query/SMResult.as>.