Terug naar landenpagina

Indonesië




Veel van onderstaande gegevens, met name de statistische, zijn ontleend aan: Patrick Johnstone, Operation World, 2001.
Dit handboek geeft een schat aan informatie over christen-
dom en zendingswerk in alle landen ter wereld. Het is ver-
krijgbaar bij WEC-Nederland of via de boekhandel.

 

Geografie

Oppervlakte 1.919.317 km2. De republiek Indonesië bestaat uit 17.000 eilanden (waarvan 4.000 onbewoond), is 6400 km. breed en beslaat 9,5 miljoen km2 gebied in de Indische en Stille Oceaan. Indonesië telt 23 provincies, 2 speciale regio's en een apart district voor de hoofdstad Jakarta.



Indonesië is het land met het 4e meeste aantal inwoners ter wereld. De bevolkingsdichtheid variëert van 951 / km2 in Java tot 5 per km2 in West Papoea (vroeger Irian Jaya geheten).

Bevolking
Jaarl. Gr
Bev. dichtheid
2000
212.991.926
+1,4%
111 per km2
2010
239.026.778
+1,09%
125 per km2
2025
274.627.097
+0,84%
143 per km2.

Hoofdstad Jakarta 12,2 milj. Overige voornaamste steden: Surabaya 2,85m; Bandung 2,8m; Medan 2,05m; Palembang 1,5m; Semarang 1,48m; Makassar (Ujung Pandang) 1,23m; Tanjungkarang 1.025.000. Urbanisatiegraad 39%.

 


Volken

Voornaamste volken:

Alfabetisering 83,8% en rijzend.

Officiële taal: Indonesisch (Bahasa Indonesia). Dit wordt steeds meer gebruikt en is een verenigende kracht in het land. De kleinere talen worden minder belangrijk voor de jongere generatie.

Alle talen 726; 18 gesproken door meer dan 1 miljoen mensen; 247 in Papoea.

Talen met de Bijbel: 20 de hele bijbel; 38 het Nieuwe Testamen; 77 bijbelgedeelten.

 


Economie

Indonesië heeft een economie die steeds diverser wordt. Olie, gas, bosbouw, landbouw en textiel zijn belangrijke sectoren. Een gestage economische groei kwam abrupt to stilstand tijdens de Aziatische crisis van 1997. De sterke devaluatie van de nationale munteenheid leidde tot inflatie en een afname in levensstandaard. In 1996 leefde 11% van de bevolking onder de armoedegrens, maar in 2000 was het 48%. Economisch herstel wordt gehinderd door grootschalige corruptie, de blijvende invloed van anti-democratische krachten, het toenemende sectarische (met name islamistische) geweld en gebrek aan schuldsanering en bankhervorming. Daardoor blijft de internationale hulp en internationale investeringen op een laag niveau. Er is immense milieuschade aangebracht door vergaande ontbossing op Sumatra, Kalimantan en andere eilanden. De inflatie was teruggedrongen tot 5% in 2000.

Human Development Index van de VN: 105e op een totaal van 174 landen.

Staatsschuld (2000): 99% van het BNP.

Inkomen / persoon: Euro 450 (2,4% van Nederland).

 


Politiek

Koloniale overheersing door de Portugezen (1511-1605), Nederlanders (1605-1942, 1945-9), Britten (1807-1815) en Japanners (1942-45). De populistische president Sukarno regeerde 22 jaar tot hij werd afgezet door generaal Suharto na een mislukte communistische staatsgreep in 1965. President Suharto poogde de economie te laten groeien terwijl hij oppositie de kop indrukte. De economische crisis van 1997 was de aanleiding tot de val van Suharto, nadat er grootschalige demonstraties tegen de corruptie en het nepotisme van het regime geweest waren. De overgang naar een democratisch gekozen regereing in 1999 was traumatisch. De regering wordt sterk tegengewerkt door een alliantie van machtige extremisten in het leger en in islamistische partijen. Beide groepen manipuleren etnische en godsdienstige verschillen om hun economische en politieke machtsbasis te beschermen of versterken, en brengen de jonge democratie in diskrediet. De mensenrechtenschendingen door overheid en leger bedreigen de eenheid van Indonesië. Er zijn krachtige afscheidingsbewegingen. De meest op de voorgrond tredende in Atjeh (Sumatra) waar duizenden zijn omgekomen in 10 jaar van bittere gevechten, en West Papoea.

 


Godsdienst

Monotheïsme en vrede tussen de verschillende volken vormen de basis voor de staatsideologie van Pancasila. Alle brugers moeten kiezen uit een van de volgende vijf godsdiensten: islam, hindoeïsme, boeddhisme of christendom (protestant of Rooms-katholiek). De numerieke en politieke kracht van de islam is sinds 1990 steeds verder toegenomen. Er is een voorkeursbehandeling voor islamieten, er worden grenzen gesteld aan christelijke activiteiten en de christelijke invloed in het publieke leven wordt teruggedrongen. Er zijn restricties geplaatst op evangelisatie. Vele christen proberen te vermijden de moslim meerderheid aanstoot te geven.

Godsdiensten
Bevolking %
Aanhangers
Jaarl. Gr.
Moslim
80,30
171.032.517
+1,3%
Christen
16,00
34.078.708
+2,0%
Hindoe
1,90
4.046.847
+1,4%
Animisme
1,00
2.129.919
+1,4%
Chinees
0,50
1,064,960
-0,5%
Boeddhist
0,30
638.976
+1,4%

Godsdienststatistieken zijn een gevoelig politiek onderwerp. Officiële en onofficiële cijfers lopen ver uiteen. Moslims maken officieel 87% van de bevolking uit, in werkelijkheid veel minder. Ongeveer 30% van de Indonesische moslims heeft een sterke islamitische identiteit en zijn ook praktizerend. 35% heeft een sterke islamitische identiteit, maar zijn weinig praktizerend. Nog eens 35% heeft geen sterke islamitische identiteit. Velen in deze groep staan officieel geregistreerd als moslims, maar zijn in de praktijk aanhangers van Kebatinan, de Javaanse mystieke godsdienst die ouder is dan de islam, of het zijn animisten die sommige uiterlijke vormen van de islam aangenomen hebben. De islam is het sterkts in Sumatra, west- en oost-Java en vele kustregio's in het oosten van het land.
Animisme wordt niet officieel erkend door de overheid maar is sterk onder sommige volken in Papoea, Sumba and het binnenland van Sumatra, Kalimantan, Sulawesi, enz. De volkse islam die door vele Indonesische moslims gevolgd wordt is sterk beïnvloed door het animisme. Het is in het hele land een dominante vorm van godsdienstbeleving.

Christenen
Kerkgen.sch.
Aangesloten%
Aanh. x1000
Jaarl. gr.
Protestant
230
7.05
15,021
+3.0%
Independent
21
1.58
3,358
+1.9%
Anglican
1
0.00
3
+0.6%
Catholic
1
2.72
5,800
+1.4%
Marginal
10
0.11
236
+1.8%
Unaffiliated
4.54
9,661
n.a.


Kerken
Lokale
kerken
Volwassen
leden
Aangesloten
Catholic
8.000
3.200.000
5.800.000
HKPB — Batak (Luth)
2.400
1.350.000
2.700.000
GPdI (Pentecostal)
1.700
850.000
1.420.000
GMIT — W Timor (Ref)
1.500
700.000
850.000
GBI — Bethel (CoG)
1.320
380.000
700.000
GMIM — Minahasa (Ref)
700
256.000
640.000
GBI — Jakarta (Ref)
2.800
280.000
630.000
GKI — I-J (Ref)
1.100
300.000
600.000
GKII — (CMA)
2.206
193.010
560.689
Assoc of Chr Foundations
1.588
270.000
550.000
GPIB — W Indon (Ref)
223
190.000
500.000
GPM — Maluku (Ref)
796
317.467
453.978
Toraja Church (Ref)
710
200.000
400.000
BNKP — Nias (Luth)
578
160.000
360.000
HKI — Sumatra (Luth)
630
133.000
350.000
GIdI (Evangelical)
675
180.000
350.000
Pentecostal Ch of God
187
140.000
310.800
Seventh-day Adventist
1.089
173.128
289.124
GKE — Kalimantan (Ref)
960
104.000
260.000
GKPI — N.Sumatra (Luth)
940
171.544
255.601
GB — Tabernacle
667
100.000
250.000
GBKP — Karo Batak (Ref)
646
100.000
250.000
GKJ — Java (Ref)
250
132.000
220.000
GKPS — Simalungun (Luth)
500
86.000
190.417
S.A.GKI — Jakarta (Ref) [4]
170
80.000
190.000
GKST — Sulawesi (Ref)
360
60.000
180.000
GKS — Sumba (Ref)
75
68.000
180.000
Baptist Chs of I
832
82.229
160.000
GUP (Pentecostal)
327
72.000
160.000
GKJW — East Java (Ref)
118
97.442
153.000
Assemblies of God
1.200
60.000
150.000
GMIH — Halmahera (Ref)
328
57.342
150.000
PGGB — I J (Baptist)
206
74.581
150.000
GMIST — Sanghir-T (Ref)
355
80.000
130.000
GBIS — Full Gospel
440
63.000
105.000
Ev Alliance — Ir. Jaya [2]
350
45.000
85.000
GTdI CoG Prophecy
200
12.190
82.000
GMI — (Methodist)
235
39.500
79.000
GITJ — Java (Ref)
74
47.000
69.000
Gereja Kristen Rahmani
278
25.000
50.000
Other denoms [220]
10.051
1.641.23
3.454.099
Total Christians [264]
47.764
12.570.663
24.417.708


Blokken
pop. %
.000
Jaarl..Gr.
Evangelicaal

4,0

8.583
+4,0%
Charismatisch

2,7

5.835
+1,9%
Pinkster

2,4

5.043
+1,6%

Protestantse zendelingen vanuit Indonesië:
Meer dan 70 in 22 landen.

Protestantse zendelingen in Indonesië:
1.000+ in 100+ organisatiesover 100 agencies.




 


Gebedsverhoring

Prijs God voor de opwindende groei van de kerk de laatste 40 jaar. Gedurende deze tijd is het aantal evangelicale christenen gegroeid van 1,3 miljoen (1,3%) tot 11,5 miljoen (5.4%). Details:

  1. Na de communistische coup van 1965 en het bloedige vervolg daarop, toen misschien wel 500.000 communistische symphatisanten (of mensen die daarvan beschuldigd werden) omkwamen, zijn vele symphatisanten christen geworden.

  2. Bloedige wraak door moslims op de communisten werd door velen afgekeurd - vooral op Java. Vele nominale moslims bekeerden zich tot Christus.

  3. Het strenge extremisme van de islamisten heeft vele gematigde moslims afgestoten. De vele islamitische wetten (zoals het verbod op varkensvlees eten) maakt het christendom aantrekkelijker voor animisten.

  4. De eis van de regering dat iedere burger een van de vijf erkende godsdiensten aanhangt heeft ervoor gezord dat vele animisten na zijn gaan denken over het Evangelie.

  5. De levens van toegewijde christenen en hun enthousiaste getuigenis heeft indruk gemaakt in een maatschappij die gebukt gaat onder de macht van het occulte.

  6. Uitstorting van de Heilige Geest zorgde voor opwekking, in de 60-er jaren in West-Timor, in de 70-er jaren in oost- en centraal Java, en in de 80-er en 90-er jaren in enkele grote steden.

  7. Hele volksbewegingen naar de kerk hebben plaatsgevonden onder vele animistische volken, onder andere onder 3 van de 8 Javaanse sub-groepen en ook onder Indonesiërs van Chinese afkomst. Meer dan 50% van deze groep is nu christen.

  8. Evangelistische gebedsbijeenkomsten gingen gepaard met de snelle groei van pinkster- en charismatische kerkgenootschappen.

  9. Steeds meer vervolging in de 90-er jaren leidde tot grotere eenheid onder de christenen, de groei van een nationale gebedsbeweging en een vastbeslotenheid om in en buiten Indonesië het evangelie over culturele grenzen heen te verkondigen.

 


Gebedspunten

  1. De regering staat voor een zeer zware taak. De eerste jaren van de democratie werden gekarakteriseerd door krachteloosheid en weifelen tegenover de extremistische eisen van de islamistische minderheid en de manipulaties door de machtige oude garde rondom de voormalige president. Bid dat de president, de vice-president en de regering moedig zijn, besluiten durven nemen en eerlijk zijn in het uitvoeren van beleid ten goede van het hele land. De oude cultuur van corruptie, vriendjespolitiek en nepotisme moet uitgeroeid worden en de ernstige economische en sociale problemen onder ogen gezien.

  2. Er woedt een geestelijke oorlog om Indonesië. De oude occulte machten werken de macht van het evangelie tegen, en moderne moslim listen om de invloed van christenen te beperken hebben als uiteindelijke doel de dood van de kerk. Bid dat deze machten niet de overhand krijgen an dat de Kerk blijft groeien temidden van intense tegenstand en groeiende vervolging.

  3. De sluipende islamisering van Indonesië zorgt ervoor dat tolerantie en godsdienstvrijheid steeds verder onder druk komen te staan. Het voormalige regime begon dit proces actief voor te staan gedurende de 90-er jaren. Moslims kregen een voorkeursbehandeling voor aanstellingen bij de overheid, het leger en universiteiten. Er was een grootschalig project om nieuwe moskees te bouwen, en moslims werden 'getransmigreerd' (gedwongen verhuisd) naar gebieden waar christenen de meerderheid vormden. Christenen zijn gemarginaliseerd, worden steeds meer vervolgd en beperkt in evangelisatie en zelfs kerkdiensten. Het uitgesproken doel van de islamisten is de complete uitroeiing van het christendom in het land. Er is een goed-georganiseerde jihad tegen christenen gevoerd. Meer dan 600 kerken zijn door moslim menigtes in brand gestoken. Sommige gebieden waar christenen in de meerderheid zijn, zoals Oost-Timor en Ambon, waren het slachtoffer van rechtstreekse militaire aanvallen. Bid voor:
    1. De verijdeling van de plannen van de moslimfundamentalisten en een eerlijk bekijken van hun eigen godsdienst in het licht van Gods Woord door vele moslims. Bid dat moslims een echte relatie met God zullen krijgen door Jezus Christus, Zijn Zoon.
    2. De leider van het land, dat ze niet buigen voor de druk van moslimextremisten, waardoor het land op dramatische wijze gepolariseerd zou raken.
    3. Christenen, dat ze met tact, liefde en ook met vastberadenheid zullen reageren op de provocaties, op een manier die een aanbeveling is voor het Evangelie. Bid dat angst om over Jezus te vertellen plaats zal maken voor moed.
    4. Diepgevoeld berouw onder alle christenen voor de schade die ze de zaak van God hebben aangedaan door een houding en acties van vijandschap en wraak ten opzichte van moslims.
    5. De meer dan 65 miljoen nominale en syncretistische moslims, dat hun ogen geopend zullen worden voor de waarheid in Jezus.

  4. De tegenaanval van de tegenstander binnen de kerk zelf is niet minder heftig. We prijzen God voor de groei van Zijn kerk, maar bidden tegelijkertijd voor het overwinnen van de volgende zwakke punten:
    1. Te veel sensationele publiciteit die eer geeft aan mensen en teveel aandacht geeft aan de wonderen die gebeuren (zoals met de opwekking in West-Timor), of die de aandacht trekt van hen die het doorgaande werk van de Heilige Geest tegen willen werken.
    2. Te weinig mensen die de eerste beginselen van het geloof onderwijzers en voorleven. Vele traditionele kerken hebben geen adequate manier om nieuwe gelovigen op te vangen. Daardoor komen de mensen die open staan voor het evangelie vaak terecht in de rangen van nominale christenen.
    3. De groei van valse leer. Onvoldoende en verkeerd onderwijs heeft geleid tot het veel voorkomen van valse leringen, de groei van vrijzinnige theologie, syncretistisch christendom dat volzit met occulte en animistische gedachtenpatronen en de welvaartstheologie die in sommige charismatische stadskerken wordt gebracht.
    4. Nominalisme, iets wat een vloek is geweest voor de kerk in gebieden die al eeuwenlang als christelijk bekend staan: Manado op Noord-Sulawesi, West-Timor en de Molukken. Vele kerkgenootschappen vertonen heel weinig geestelijk leven en worden bepaald door vleselijkheid, interne machtsspelletjes, scheuringen en het bedrijven van inheemse vormen van occultisme. Deze genootschappen hebben herleving nodig en opwekking waarbij velen tot een ware bekering zullen komen.

  5. Nooit is de behoefte aan geestelijke leiders in de kerken zo groot geweest. De predikant is erg belangrijk in het Indonesische kerkleven omdat de meerderheid van de christenen in de gereformeerde en Lutherse traditie uit Nederland en Duitsland staan. Hierin wordt het verschil tussen geestelijkheid en leken sterk benadrukt. Maar de groei van de kerken is veel sneller gegaan dan de groei van het aantal voltijds werkers in de kerk. Bid voor:
    1. De ontwikkeling van effectief leiderschap door leken. Slechts een derde van de gereformeerde en Lutherse gemeenten heeft een predikant. Daarom zijn andere vormen van leiderschap essentieel.
    2. Voortdurende training en mentoring voor kerkleiders in het algemeen en predikanten in het bijzonder. Vele predikanten hebben geen goede opleiding ontvangen en moeten opnieuw toegerust worden en nieuwe toewijding en ijver krijgen. Sommigen moeten zelfs nog wedergeboren worden.
    3. Effectief onderwijs en mentoring in bijbelscholen in vele delen van het land. Veel van deze instituten zijn evangelicaal en leveren predikanten voor plattelandsgemeenten.
    4. De 40 seminaries die op hogeschool- of universiteitsniveau werken. Ongeveer de helft van hen is beïnvloed door vrijzinnige theologie. Bid voor evangelicale docenten. Bid ook voor het schrijven en publiceren van meer evangelicale theologische werken in het Indonesisch. Bid voor een toename van het aantal evangelicale predikanten in de grote en invloedrijke regionale Lutherse en gereformeerde kerken.
    5. De 18 evangelicale seminaries gerelateerd aan de Asian Theological Association. Ze zitten allemaal propvol studenten en mogelijkheden. Bid voor een vloed van nieuw geestelijk leven door de afgestudeerden van deze instituten naar oude en nieuwe kerken en naar de zendingsvelden binnen en buiten Indonesië.
    6. Een toegewijd geestelijk leven voor de huidige generatie predikanten en kerkleiders. Dit is van nog groter belang dan de toerusting van nieuwe predikanten en geestelijke leiders. Bid in het bijzonder dat de zich nu ontwikkelende leiders de bereidheid hebben om naar de moeilijker gebieden van het land te gaan om het evangelie daar te brengen.

  6. De visie voor de evangelisatie van Indonesië is gegroeid, maar de tegenstand ertegen is toegenomen. Een conferentie in Jakarta verenigde oecumenische, evangelicale en pinksterchristenen in een gemeenschappelijke visie. Vanaf 1996 hebben nationale en regionale overlegorganen zich gericht op onbereikte Indonesische volken. Er zijn ongeveer 130 miljoen mensen in meer dan 300 volken die in deze categorie vallen. Er is uitstekend onderzoek gedaan door het National Research Network. Een behoorlijk aantal Indonesische organisaties heeft nu arbeiders onder deze volken. Bid dat christenen de vrijheid die ze hebben tactvol maar ten volle gebruiken om hen te bereiken met het evangelie. Bid dat het volgende streven waarheid mag worden:
    1. Een getuigende kerk voor ieder volk in het land. Indonesië telt 130 volken van meer ddan 10.000 mensen die minder dan 1% christenen bevatten. Er zijn nog eens meer dan 200 van zulke volkem met minder dan 10.000 mensen. Bid dat de Indonesische kerk het voortouw zal nemen in het zendingswerk onder hen, daarbij ondersteund door buitenlandse zendelingen.
    2. Een kerk in ieder dorp. Van de 76.000 dorpen in het land hebben er 50.000 geen kerk.
    3. Een eendrachtige Indonesische gebedsbeweging.

  7. Ontwikkeling van zendingsvisie. De geschiedenis en achtergrond van de Indonesische christenheid is uniek. Indonesiërs kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan wereldevangelisatie. Bid voor:
    1. Kerken, dat ze gegrepen worden door de uitdaging van honderden onbereikte volken in hun eigen land, en in andere landen in Azië. Er is genoeg menskracht en genoeg financiële middelen om de uitdaging aan te gaan!
    2. De uitzending van christenen - individuen, teams en gemeenschappen - als migranten naar onbeëvangeliseerde gebieden om uit te gaan met het doel kerken te planten. Christenen hebben het nodig vrijgemaakt te worden van rassenhaat, gerichtheid op hun eigen regio met uitsluiting van andere, en kerkisme.
    3. Indonesische zendingsgenootschappen nemen in aantal toe. Vele zijn kerkelijk. De meeste zijn betrokken bij evangelisatie- en kerkplantingswerk binnen Indonesië, en enkele hebben ook arbeiders buiten het eigen land. Sommige Indonesiërs zijn in dienst van internationale zendingsorganisaties (bv. JmeO, OM, OMF,).

  8. De transmigratie is een van 's werelds meest grootschalige geplande volksverhuizingen ooit. Grote gebieden met maagdelijk oerwoud op Sumatra, Kalimantan, Sulawesi en Papoea zijn gekoloniseerd voor en door migranten van het overbevolkte Java. Meer dan 8 miljoen mensen werden overgeplaatst tussen 1969 en 1998. Deze nieuwe nederzettingen waren niet gemakkelijk voor de nieuwkomers. Moeilijke omstandigheden, arme bodem, en onvoldoende financiering en communicatie. Onder deze migranten is er echter een openheid voor het evangelie. Christelijke kerken zijn opgebloeid, ondanks de voorkeursbehandeling die moslims ontvingen. Bid dat deze christenen een licht mogen zijn voor de Heere in gebieden waar het evangelie nog nooit geklonken heeft- vooral op Sumatra en Sulawesi. Er zijn ook grote aantallen immigranten in de steden. Stedelijke gebieden veranderen snel in multiculturele centra waar mensen meer open staan voor het evangelie.

  9. Jonge mensen vormen een belangrijk zendingsveld. Er wordt nu te weinig gedaan. Bid voor:
    1. Studenten op universiteiten. Hiervan zijn er 1,5 miljoen in meer dan 800 universiteiten. Er zijn nog eens 1,8 studenten aan andere tertiaire onderwijsinstellingen. Geschat wordt dat 30% van de staf en studenten christen is. Een aantal gespecialiseerde organisaties heeft een uitgebreid werk op de universiteit campussen (o.a. Navigators, IFES, CCCI). Toch zijn er ook nog veel campussen zonder een georganiseerd christelijk getuigenis. Een nieuw verschijnsel is een groeiend aantal islamitische universiteiten. Een aanzienlijk aantal Indonesiërs studeert in het buitenland. Bid dat ze daar bereikt worden met het evangelie.
    2. School kinderen. Er zijn 26 miljoen scholieren op lagere scholen, en 10 miljoen op middelbare scholen.

  10. Het zendingswerk is door God gezegend, ondanks aardrijkskundige, bureaucratische en geestelijke hindernissen. Prijs God voor het vruchtbare werk van Nederlandse en Duitse zendelingen voor de Tweede Wereldoorlog, en van vele internationale zendingsorganisaties in de tijd daarna. Zij hebben onze voorbede nodig voor de volgende zaken:
    1. Visa. Het wordt steeds moeilijke een zendingsvisum te krijgen. Bid dat degenen die de Heere in het land wil hebben, ook visa's zullen krijgen.
    2. Vernieuwende ideeën voor degenen die een toegewijd christelijk leven willen leiden in Indonesië, en getuige van Jezus willen zijn - als zakenlieden, leraars, studenten, enz. Bid voor een goede samenwerking onder degenen die het evangelie willen brengen aan onbereikte volken. Bid ook voor de roeping van nieuwe werkers van binnen en buiten Indonesië.
    3. Het verkondigen van het evangelie in animistische gebieden op west-Kalimantan en Papoea, waar de jonge kerken volwassen aan het worden zijn. De relaties tussen kerk en zending hier heeft ons gebed nodig.
    4. Er is een groot tekort aan zendelingen op Sumatra, Nusa Tenggara en Sulawesi. Bid dat geen enkel eiland zonder nationale of internationale zendelingen zal zijn.
    5. Er is een groot aantal internationale organisaties aan het werk. Er wordt veel gedaan aan onderwijs, theologisch onderwijs, het trainen van Indonesische zendelingen, ontwikkelingswerk en ondersteuning van zendingswerk via de media. Bid voor meer Aziatische zendelingen om naar Indonesië te komen.

  11. Ondersteunende diensten:
    1. Bijbel vertaling. Het Bijbelgenootschap en ondere groepen zijn betrokken bij meer dan 100 vertaalprojecten in het hele land. De snelle vermindering van het aantal zendingsvisa heeft het werk in vele gevallen ernstig vertraagd. Bid voor spoedige afronding van deze projecten. Bid ook voor de Indonesische bijbelvertaalorganisatie Kartidaya, en voor de roeping van vele Indonesische vertalers. NTM heeft een aantal vertaalteams in het land. Indonesië vormt een van de voornaamste bijbelvertalingsuitdagingen in de wereld van vandaag de dag. Ondanks het toenemende gebruik van Bahasa Indonesia zijn er 155 talen die zeker en 360 talen die mogelijk een bijbelvertaling nodig hebben.
    2. Literatuur. Er is een onstilbare honger voor goed christelijke lectuur, maar er is te weinig beschikbaar voor een prijs die veel mensen zich kunnen veroorloven. Transportkosten zijn vaak even hoog als productiekosten. Veel Indonesische en internationale organisaties doen veel aan het uitgeven en drukken van christelijke boeken. De meeste zijn vooral gericht op het verzorgen van boeken voor de christelijke markt. Enkele richten zich meer op evangelisatie en follow-up. De economische crisis van 1997 heeft een grote impact gehad op dit werk. Bid voor goede lectuur, met name geschreven door Indonesisische auteurs - er zijn nog maar weinig nationale auteurs. Te vaak gaat het slechts over vertalingen van Engelse boeken die niet toegespitst zijn op de Indonesische situatie.
    3. Zendingsvliegers. Het is een zegen voor de zendelingen in dit ontzettend grote, bergachtige eileandenrijk dat er zendingsvliegers zijn, maar het is kostbaar en gevaarlijk. Indonesië is een van MAFs grootste operaties, met 28 vliegtuigen (waaronder 4 vliegboten en een helicopter) die opereren vanaf 11 verschillende basis. In sommige gebieden van Kalimanten, Sulawesi en Papoea zou het zendingswerk onmogelijk zijn zonder hen. Ook NTM en Wycliffe hebben hun eigen zendingsvliegers. Bid voor de vliegers en de veiligheid van hun vliegtuigen. Bid ook voor de pogingen die gedaan worden om te voldoen aan de overheidseisen om Indonesische piloten op te leiden.
    4. Het gebruik van traditionele kunstvormen, zoals Wayans schaduwspel. Dit is een krachtige maar weinig gebruikte vorm om het evangelie te verkondigen.
    5. De Jezusfilm was in 2000 vertaald in het Indonesisch en 20 andere talen. 90 versies waren op dat tijdstip in voorbereiding. Bid voor vrijheid om deze film in het hele land te laten zien, en bid voor de filmteams - voor hun veiligheid, goede contacten met plaatselijke kerken en goede follow-up.
    6. Christelijk ontwikkelingswerk. Ontwikkelingswerk, preventieve medische zorg en alfabetiseringscampagnes bieden allemaal mogelijkheden om het evangelie te brengen (o.a. WVI en World Relief).
    7. Christelijke radio. Er is een voortdurende ontwikkeling van programma's in lokale talen op Java, Sumatra en Sulawesi. Bid in het bijzonder voor de programma's die gemaakt worden om de minst-bereikten op deze eilanden te bereiken. Er zijn christelijke programma's in het Indonesisch die via de nationale zender uitgezonden worden. Internationale zendorganisaties zenden 75 uur per week uit in het Indonesisch (TWR, FEBC), en 4 uur per week in 15 andere talen, de meeste van volken met maar heel weinig christenen. Ten minste 10 talen met meer dan 1 miljoen sprekers hebben nog geen uitzendingen. Financiën en personeel voor grondige follow-up van luisteraars die reageren in hard nodig.
    8. Cassetebandjes. Meer dan 440 talen en dialecten zijn nu opgenomen. Het doel van Gospel Recordings is 560. Het brede gebruik van het Indonesisch heeft velen ongevoelig gemaakt voor de noodzaak mensen in hun harttaal te bereiken. Bid voor een beter gebruik van dit medium.

 


Internet Links