Terug startpagina

China

 


Veel van onderstaande gegevens, met name de statistische, zijn ontleend aan: Patrick Johnstone, Operation World, 1993.
Dit handboek geeft een schat aan informatie over christen-
dom en zendingswerk in alle landen ter wereld. Het is ver-
krijgbaar bij WEC-Nederland of via de boekhandel.

 


In Nederland maken we onderscheid tussen Friezen, Brabanders, Limburgers enz., maar 1,22 miljard Chinezen (in 1995) in een land dat 23 keer groter is dan Nederland scheren we al snel over één kam. Het spreken over "de Chinezen" of "de Chinese cultuur" is eigenlijk een ondoenlijke opgave. De hier volgende beschrijving probeert een zo goed mogelijk beeld van China neer te zetten en heeft niet de pretentie om compleet te zijn.

 
 
   

 

Geografie en Klimaat

China grenst in het noorden aan Mongolië, Rusland en Kazakstan, in het oosten aan Noord-Korea, de Gele Zee en de Oost-Chinese zee, de Zuid-Chinese Zee, de golf van Tonkin, Vietnam, Laos, Myanmar, India, Bhutan en Nepal liggen ten zuiden van China en Afghanistan, Pakistan, Tajikistan en Kyrgyzstan liggen in het westen. Meer dan 65% van China bestaat uit heuvels, bergen of plateaus. Dit onherbergzame landschap bevindt zich voornamelijk in de westelijke helft van China. Richting de noordgrens gaat het landschap over in woestijn of semi-aride gebieden. In het noord- en zuidoosten liggen grote vruchtbare vlakten (Latimer, 2001).

Door de enorme omvang herbergt China vele klimaten. In het noorden zijn de winters koud, op sommige plaatsen is zelfs permafrost aanwezig. Naarmate men meer naar het zuiden komt worden de winters milder en de zomers warmer. In het zuidwesten zijn de temperaturen vaak lager omdat dit gebied hoger ligt. De meeste neerslag valt in het westelijke berglandschap. Soms meer dan 5000 mm. per jaar. Dit staat in schril contrast tot de droge zone in het noorden waar soms minder dan 250 mm. valt. In het oostelijke vlakten valt tussen 500 en 2000 mm. neerslag (Latimer, 2001).

Heel grofweg is China op grond van deze gegevens in te delen in drie zones. Ten eerste het westelijk berggebied, ten tweede de noordelijke woestijn en semi-aride gebieden en ten derde de oostelijke vlakten.

 

 

Bevolking

De bevolkingsdichtheid is het hoogst in de oostelijke vlakten. In het westelijke berggebied zijn grote delen onbewoond. Slechts 20% van China is cultuurland, in Nederland is dat meer dan 70%. Vrijwel alle steden liggen in de oostelijke vlakten, de grootste dicht bij de kust, bijv. Peking, Tianjin, Shanghai en Hong Kong. In 1990 woonde 26% van de bevolking in steden.
China is berucht en beroemd om de pogingen tot afremming van de bevolkingsgroei. Een snelle bevolkingsgroei verhindert verbetering in de sociale en economische situatie van de bewoners van een land; de rijkdom moet bij een toename van de bevolking immers over meer mensen verdeeld worden. Er zijn meerdere voorbeelden van landen waar het land in zijn geheel economische groei doormaakt, maar waar de situatie op individueel niveau achteruit gaat. Beroemd is China om het succes van haar maatregelen; voor het jaar 2000 is de bevolkingsgroei op slechts 0,9% geschat. Berucht is China door de wijze waarop de maatregelen worden doorgevoerd. China voert een zogenaamde één-kind-politiek. Vrouwen worden na hun eerste kind geacht een sterilisatie te ondergaan. Een weigering resulteert in een loonsverlaging van 10%. Vrouwen die voor een tweede maal zwanger raken staan onder zware druk om abortus te plegen (Korzec, 1988, p.46). Geweld, echtscheiding of zelfmoord zijn geen uitzonderlijke gevolgen van deze druk (Johnstone, 1993, p.165). Waarschijnlijk is het aantal abortussen in China hoger dan het aantal geboorten, maar officiële cijfers hierover zijn niet bekend. De politiek is vooral merkbaar in de steden, op het platteland is het moeilijker de naleving te controleren (Korzec, 1988, p. 46).

De bevolking bestaat voor 91,9% uit Han Chinezen. De overige 8,1% vormen etnische minderheden zoals de Zhuang, Uygur, Hui, Yi, Tibetanen, Miao, Manchu, Mongolen, Buyi, Koreanen en andere. Het gaat soms om grote groepen. Zo bestaan de Zhuang uit meer dan 13 miljoen mensen (Bartleby.com, 2001).
De officiële taal is het Mandarijn ook wel Putonghua genoemd. Het Mandarijn is gebaseerd op het Peking dialect. Daarnaast zijn er vele andere Chinese dialecten zoals het Kantonees, Shanghainees, Fuzhou, Hokkien en Hakka.

 

 

Godsdienst

China is officieel een atheïstisch land. Het Marxisme had als doel het elimineren van alle religies. Hierdoor werden alle religieuze groeperingen gedwongen om ondergronds te gaan. In deze tijd ontstonden vele huisgemeentes. De staat raakte de controle over de kerken kwijt en daarom koos men in 1978 voor een andere strategie. Er werd een staatsgeleide protestantse en katholieke organisatie opgericht. Respectievelijk de 'Three-Self Patriotic Movement' en de 'Catholic Patriotic Assocation'. Slechts een klein aantal huisgemeentes heeft zich bij deze organisaties aangesloten. China ziet religie als de oorzaak van de val van het communisme in Europa. Op de wereldranglijst voor vervolging van Christenen staat China op de vierde plaats (Open Doors Nederland, 2000).

Een groot deel van de bevolking is atheïst. De grootste groep bestaat uit aanhangers van de communistische partij. Het onderwijs propageert het atheïsme, daardoor zijn vele jongeren niet bekend met religies. Er wordt gezegd dat 500 miljoen Chinezen nog nooit van het evangelie gehoord hebben.

  figuur 1: Godsdiensten in China
Bron: Johnstone, 1993, p. 164

De Chinese religies zijn een mengeling van Boedisme, Taoïsme, Confucianisme en folklore. Het Boedisme heeft vooral aanhangers onder de etnische minderheden zoals de Zhuang, Manchu en Koreanen. Animisme wordt in de afgelegen bergstreken en woestijnen gevonden.
Sinds 1977 heeft de kerk in China een spectaculaire groei doorgemaakt. In 1949 schatte men het aantal christenen op 1,8 miljoen protestanten en 3,3 miljoen katholieken. In de jaren '90 is dit uitgegroeid tot 58 miljoen protestanten en 8,7 miljoen katholieken (zie Tabel 1)

Tabel 1: Onderverdeling van de christenen in China (jaren '90)
    * miljoen
Protestant Huisgemeentes 47,0
  TSPM 11,0
Katholiek Rooms Kath. Kerk 5,0
  CPA 3,7
Overig 2,0

Bron: Johnstone, 1993, p. 164

Het christendom groeit met ongeveer 7,7% per jaar. Het grootste gedeelte van de groei vindt in de huisgemeentes plaats. De huisgemeentes blijken een krachtige christelijke beweging te zijn. Zij hebben het evangelie naar vele uithoeken van China gebracht. Het grootste probleem van deze beweging is het leiderschap. Sommige voorgangers zijn al erg oud en er is niet altijd een opvolger aanwezig. Aan de andere kant zijn er veel jong bekeerde voorgangers met nog weinig kennis van het evangelie. Hierdoor kunnen dwaalleren en sektes makkelijk ingang vinden. Er is een groot tekort aan Bijbels en andere christelijke lectuur. In de bergen worden geheime cursussen voor leiders gegeven.

De TSPM is opgericht om de kerk onder controle te houden. Het doel van de organisatie is het elimineren van de huisgemeentes. Hierbij zijn valse beloftes, of militair geweld niet geschuwd. Dit is een vreemde insteek voor een organisatie die kerk wil heten. Deze organisatie is niet gericht op evangelisatie of het hoeden van de gelovigen.
De Katholieken buiten de CPA hebben het vaak moeilijk omdat zij de Paus, een persoon buiten China, als leider zien.

 

 

Geschiedenis

Rond 200 v.C. werd China verenigd onder de eerste keizer Shi Huangdi. Daarvoor bestond het land uit onafhankelijke vorstendommen. De wisselwerking tussen Chinese waarden en buitenlandse invloed heeft altijd al gespeeld. Er waren 'open' tijden maar soms werd de nadruk op de Chinese cultuur gelegd. In 1921 werd in Sjanghai, naar Russisch voorbeeld, de communistische partij opgericht. Op 1 oktober 1949 werd door Mao Zedong de Volksrepubliek van China uitgroepen. In centralistische vijfjarenplannen probeerde Mao een communistische maatschappij volgens marxistische doctrines te verwezenlijken. De economische ontwikkeling ging echter traag en de onvrede groeide. Daarom werd in 1958 de "grote sprong voorwaarts" ingesteld. Dit experiment zou in enkele jaren de landbouw en industriële productiviteit enorm moeten verhogen. Door fouten in de organisatie leidde het echter tot hongersnood, ziektes en onrust; meer dan 20 miljoen mensen, voornamelijk boeren, kwamen om van de honger. De mislukking van de grote sprong voorwaarts, verschillende grensconflicten en het wegvallen van de Russische steun brachten het land in 1960/61 tot aan de rand van de afgrond. Mao werd gedwongen af te treden en werd o.a. opgevolgd door Deng Xiaoping. Er was grote verdeeldheid tussen voor- en tegenstanders van Mao. Deze gespannen politieke situatie mondde in 1966 uit in de "grote proletarische culturele revolutie". De aanhangers van Mao kregen de macht in handen en in 1969 werd de orde hersteld. Er werd echter gekozen voor een gematigde sociaal economische koers. Begin jaren '70 werd China lid van de VN, leefden de internationale relaties, vooral met Amerika, op en raakte de buitenlandse handel in een stroomversnelling. Deng Xiaoping werd in 1973 gerehabiliteerd en hij bleef, hoewel hij nooit meer partijvoorzitter werd, tot 1995 de sterke man.

In 1983 begon de communistische partij met economische hervormingen en zogenaamde de-mao-ïsering. In 1989 protesteerden studenten in verschillende steden voor democratisering en vrijheid van meningsuiting. Op 4 juni dat jaar besloot Xiaoping het leger in te zetten om het Tiananmen plein (plein van de Hemelse vrede) te ontruimen. Honderden burgers vonden de dood of raakten gewond. In 1992 toen het communisme in Rusland en Oost-Europa was afgebrokkeld werd ook in China besloten tot een socialistische markteconomie (Korzec, 1988, p.7-42).

 

 

Economie

De economische hervormingen, die eind 1978 begonnen zijn, lijken tot successen te leiden. Het BBP bedroeg 2385 miljard gulden in 1999. Het BBP groeide in 1999 met 7,1% per jaar en is sinds 1978 verviervoudigd. In grootte is China de tweede economie van de wereld, na de V.S.

  Figuur 2: Verdeling per sector van China in 1999
Bron: Bartleby.com, 2001

Een belangrijke motor van de economische groei is de lichte industrie. De lichte industrie is begonnen met laagwaardige producten maar nu is er in toenemende mate sprake van technologisch hoogwaardige producten. Ondanks deze verschuiving blijft de productie arbeidsintensief.

De economie groeit het hardst als er een (sociale) markteconomie wordt doorgevoerd, maar China worstelt met twee partijen. Aan de ene kant is er een zich snel ontwikkelende markteconomie, maar vele communistische partijleden en het leger staan niet open voor verdere liberalisering. Zij hebben belangen in de staatssector; deze is dominant in de zware industrie en energiewinning. De bevolking is ook niet altijd voor liberalisering. De oorspronkelijke Chinese cultuur wijst waarden als concurrentie, competitie en prestatie af. Deze tweedeling uit zich bijvoorbeeld in een gebrek aan eenduidige wetgeving. Andere problemen van de economie zijn slechte transport en communicatie verbindingen. De huidige regering staat voor de moeilijke taak de economie moderner te maken en toch de maatschappelijke harmonie te handhaven.

De collectieve landbouw is voor een groot deel verdwenen en vanaf 1997 is China bezig 300.000 grote staatsbedrijven te commercialiseren. Deze bedrijven zijn nu nog verantwoordelijk voor onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en pensioen. Het is de bedoeling dat deze sociale functies worden losgekoppeld. Het levenspeil van de bevolking is gestegen, vooral in de steden (Ministerie van Buitenlandse Zaken, 1998, p. 7-9).

 

 

Conclusie

De sociaal-economische situatie van China is verbeterd maar vanuit het buitenland is er nog veel kritiek op de burger- en politieke rechten. Het lijkt de laatste jaren in toenemende mate mogelijk hierover een dialoog met China aan te gaan. Eveneens staat China niet meer zo vijandig tegen internationale organisaties als de Wereldbank, IMF en WTO.
Op het gebied van religie blijft China streng op treden tegen de christenen in eigen land en evangelisten van buitenaf.

  1. Bid voor de huisgemeentes; dat er voldoende opgeleide voorgangers en dat de kerken beschermd worden tegen de pogingen om ze te vernietigen.
  2. Er zijn nog grote gebieden waar het evangelie nog nooit bekend gemaakt is. Bijvoorbeeld in het noorden en westen, Shanxi, Gansu en Jianxi. Bid dat ook hier Gods boodschap bekend wordt.
  3. Er zijn veel Chinese christenen buiten China. Bid dat zij getuigen naar hun familie of vrienden in China.
  4. Er is een groot tekort aan bijbels christelijke boeken, bandjes etc. Bid dat hierin voorzien mag worden en bid voor de functie massamedia hierin kan hebben, christelijke radio of Tv-uitzendingen of het internet.

 

 

Literatuur

  • Bartleby.com (2001). The World Factbook 2000 [online]. [Geciteerd 8 januari 2001]. Beschikbaar op het World Wide Web: http://www.bartleby.com/151/169.html.
  • Ministerie van Buitenlandse Zaken (1998), China.
  • Johnstone, P. (1993), Operation World (5th edition). Carlisle: OM Publishing.
  • Korzec, M. (1988), China. Amsterdam / 's Gravenshage: Koninklijk instituut voor de Tropen / Novib.
  • Latimer Clarke Corporation Pty Ltd. (2001). Namibia - Atlapedia Online [online]. [Geciteerd 8 januari 2001]. Beschikbaar op het World Wide Web: http://www.atlapedia.com/online/countries/namibia.htm
  • Open Doors Nederland (2001). Open Doors Nederland [online]. [Geciteerd op 23 augustus 2001]. Beschikbaar op het World Wide Web: http://www.opendoors.nl

 

 

Artikelen