|
De officiële naam van Spanje is 'Reino de España' (koninkrijk
Spanje). Het grondgebied bestaat uit
het Iberisch schiereiland ( behalve Portugal en Gibraltar), de Balearen, Canarische
eilanden en Ceuta en Melilla, twee enclaves aan de kust van Marokko.
Het land kent grotendeels natuurlijke grenzen. De oppervlakte is 505.000
km2, wat ruim twaalfmaal Nederland of zestienmaal België is. Ondanks
zijn duizenden kilometers kust is het op Zwitserland na het land met de hoogst
gemiddelde hoogte van Europa: 660 m boven de zeespiegel. Madrid is de hoogst
gelegen hoofdstad van Europa.
De Meseta, de grote centrale hoogvlakte wordt door Cordillera Central verdeeld
in Submeseta Norte en Submeseta Sur. Andere grote bergketens zijn Sierra Morena,
het Sistema Ibérico en de Cordillera Cantábrica.

Men kan het land verdelen in 'het groene Spanje' in het noordwesten en noorden
en 'het droge Spanje' de rest van het land. De zeven grootste rivieren van
Spanje zijn in de volgorde van hun lengte: Tajo (1007 km), Ebro, Duero, Guadiana,
Guidalquivir, Júcar en Segura. De enige bevaarbare is de Guidalquivir,
vanaf Sevilla stroomafwaarts. Door reliëf, klimaat en bodemgesteldheid
is er geen land in Europa met zo'n grote natuurlijke variatie aan dieren en
planten als Spanje. Door dezelfde oorzaken kent het land tegelijk armoede
aan begroeiing. Spanje kan verdeeld worden in negen geografische gebieden
t.w.: Galicië; Het Cantabrische Kustgebied; Het Centraal Plateau; Het
stroomgebied van de Ebro; Catalonië; Het kustgebied van de Levante; Balearen;
Andalusië en Canarische Eilanden.
Politieke indeling, bevolking en taal
Spaanse vorsten hebben in de zestiende eeuw aan de wieg gestaan van de westerse moderne staat. Het proces van bestuurlijke centralisatie werd nadrukkelijker in de achttiende eeuw en kon pas worden voltooid in de negentiende eeuw. De geschiedenis van de Spaanse grondwet begon al vroeg, namelijk met de Constitución van Cádiz van 1812. De grondwet van 1978 is de eerste die door een overweldigende meerderheid van het Spaanse volk in grote eenstemmigheid werd aanvaard. Door de grondwet werd het ontstaan mogelijk van autonome gewesten (Comunidades Autónomas of Autonomías) met elk een eigen regering en parlement. Daarnaast bestaat Spanje bij grondwet van 1845 uit 49 provincies (de bestuurlijke vervanging van de oude koninkrijken). Nu zijn er 50 provincies. Deze hebben autonome taken, maar voeren ook taken uit voor de regering. In 1998 waren in Spanje 8097 gemeenten (municipios). !! Er bestaan nog zeer veel kleine gemeenten, in 1998 zelf nog 854 met minder dan 100 inwoners. Van alle gemeenten heeft 87% minder dan 500 inwoners. In 1998 waren er slechts 57 gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. Hier woont de helft van de bevolking. Alleen Madrid en Barcelona zijn miljoenensteden. Sevilla, Valencia en Bilbao hebben ongeveer driekwart miljoen inwoners.
Al in de vroege historie is het Spaanse volk een mengvolk, een kruising van
rassen en culturen uit veel windstreken. Naast het als typisch Spaans geziene
kleine, vurige donkere menstype treffen we minstens evenveel slanke, dromerige,
intensieve of hardzwoegende mensen aan. Het totale aantal inwoners was in
1999 bijna 40.000.000, niet veel voor zo'n groot land. Sinds 1980 is Spanje
een immigratieland voor vooral Portugezen, Noord-Afrikanen en Latijns-Amerikanen.
Traditioneel zijn de familiebanden zeer hecht. Dit betreft niet alleen gezinsleden
maar ook de grootouders, ooms, tantes, neven en nichten. Dit is aan het veranderen.
De bevolkingstoename is bijna nihil. Men vermoedt dat deze zal dalen tot 39
miljoen in 2050. Het aantal Spanjaarden dat in het buitenland woont, komt
op 2 miljoen. De helft hiervan woont in "De Nieuwe Wereld"; ongeveer
400.000 in Argentinië, 150.000 in Venezuela en 120.000 in Brazilië.
In Spanje wonen 400.000 buitenlanders, waarvan 50.000 uit Amerika, 150.000
uit Arabië en 120.000 uit Marokko. Wanneer we de cijfers zouden weten
van de politieke vluchtelingen, dan zouden deze cijfers nog stijgen.
De zigeuners vormen de grootste etnische groep in Spanje. Sommigen zeggen
dat 800.000 tot 1 miljoen zijn. Bij hen heeft de belangrijkste opwekking uit
de geschiedenis van de Spaanse evangelischen plaatsgevonden.
Het Castellano is de officiële staatstaal sinds ongeveer 1250
en wordt in het buitenland meestal 'Spaans' genoemd. !!Het Castellano is een
wereldtaal. Momenteel hebben 370 miljoen mensen Spaans als moedertaal. Naast
Castellano kent Spanje nog drie officiële talen n.l.: het Catalán,
gesproken aan beide zijden van de Pyreneeën tot aan de provincie Murcia
en de Balearen; het Gallego; gesproken in Galicië en het Vascuence of
Euskera, gesproken aan beide zijden van de westelijke Pyreneeën.
Ook de Balearen en Valencia zijn tweetalig, daar is de moedertaal resp. Majorcaans
en Valenciaans, beiden sterk verwant met het Catalaans en alle drie de talen
zijn verwant met het Provençaals. In Melilla, Spaans Noord-Afrika,
spreekt 20% van de bevolking Cherja, een "pre"-arabische taal. In
Cueta spreekt hetzelfde percentage Arabisch. Zodoende is voor 10 miljoen Spanjaarden
hun eerste taal een andere taal dan het Spaans.
Als de vroegste historische ontwikkelingen buiten beschouwing worden gelaten (hier is nog te weinig over bekend) dan begint de geschiedenis van Spanje met de komt van de Feniciërs. De Feniciërs trokken landinwaarts en troffen daar stammen aan van gemengde Libisch-Keltische herkomst. In de oude geschriften komen namen voor als Turdetanen, Iberiërs, Asturiërs, Liguriërs, Galiciërs en Basken. Na de Feniciërs kwamen de Griekse kolonisten. Verder kan de Spaanse geschiedenis tot heden verdeeld worden in de volgenden tijdperken: Hispania en het Romeinse imperium: 201v. Chr. - 409; Het rijk van de Visigoten: 410-711; De islamitische rijken van Córdoba en Sevilla: 711 - 1212; Het graafschap Catalunya: 799-1137; Het koninkrijk Aragón: 824-1516; De Reconquista: 1031-1492; De samenleving in de late middeleeuwen; De opbouw van een imperium: 1492-1580; Spanje verenigd, Europa verdeeld: 1516-1700; De eerste Bourbons: 1700-1808; Een eeuw van revoluties: 1808-1931; De verbrokkeling van het wereldrijk: 1580-1811-1975; De burgeroorlog: 1936-1939; Het tijdperk Franco: 1936-1975; Herstel van de monarchie en democratie: 1975-1978; De democratie op de proef gesteld: 1978-2000.
De conjuncturele situatie van Spanje was begin jaren tachtig duidelijk slecht:
verzwakte economische groei, hoge werkloosheid, hoge inflatie, tekort op de
lopende rekening en verlies van reserves. De Spaanse overheid stond na de
dood van Franco voor de zware taak al de stagnerende factoren voor groei aan
te pakken. De economische groei van de jaren tachtig is positief beïnvloed
door het EG-lidmaatschap en doordat Spanje enorm kon profiteren van structuurfondsen
van de EEG/EU.
Toerisme is de voornaamste deviezenbron van Spanje en van grote invloed op
de economie. Door het toerisme kon ook tijdens de Franco-tijd West-Europese
ideeën binnen dringen, die later geleid hebben tot de modernisering van
de maatschappij.
In 1994 kwamen meer dan 60 miljoen toeristen naar Spanje. Andere belangrijke
bronnen van inkomsten zijn: landbouw, veehou-derij, visserij, mijnbouw, zware
industrie.)
Spanje heeft de hoogste werkloosheidscijfers van de EU. In 1998 18,5% tegen
het de EEG/EU 9,9%.
Vanaf 700 heeft Spanje gedurende ruim vijf eeuwen onder invloed gestaan van Islamitische heersers. Vanaf het jaar 394 is in de Spaanse geschiedenis regelmatig het rooms-katholicisme door de heersers tot staatgodsdienst verheven. Hierdoor ontstond een innige samenwerking tussen kerk en staat, die voortduurde tot in 1931 toen de Tweede Republiek de volledige scheiding van kerk en staat tot stand bracht. De kerk raakte gehaat. In de Burger-oorlog van 1936-39 werden dan ook 4000 parochiegeestelijken, 2000 monniken en 300 nonnen gedood. Dit leidde tot sterke betrokkenheid en hechte banden van de kerk met het Franco-regiem waardoor in 1939 de katholieke kerk officieel staatskerk werd. De katholieke zedenleer werd zeer maatgevend. De keerzijde was dat de kerk alleen bisschoppen mocht benoemen, die door Franco waren voorgedragen. De kerk eiste scheiding van kerk en staat. Franco weigerde. De geestelijkheid, afkomstig uit alle lagen van de bevolking, ging steeds meer de grote kloof zien tussen het regiem en sociale rechtvaardigheid. Er werden zoveel priesters in hechtenis genomen dat Franco een aparte priester gevangenis moest bouwen. De grondwet van 1978 bracht weer scheiding tussen kerk en staat en vrijheid van godsdienst.
De
geschiedenis van de kerk
De eerste duizend jaar van het Spaanse Christendom
De apostel Paulus was waarschijnlijk de eerste die het Chris-tendom naar
Spanje bracht. We kunnen dit niet aan Petrus of Jacobus toeschrijven want
hun komst naar Spanje wordt niet door de Bijbel of de geschiedenis bevestigd.
De nieuwe leer die Paulus predikte, botste stevig met de daar heersende heidense
godsdienst van de Feniciërs en Grieken. Het onder Romeins bewind liggende
Spanje kende dan ook een groot aantal martelaren en lichtende voorbeelden
van een op Christus gericht geloof.
Gedurende de eerste paar eeuwen bleef de Spaanse Christelijke kerk wel trouw
aan het Woord van God en beriep zich erop dat het Woord de enige maatstaf
was voor hun geloof en hun hou-ding. Toen de Spaanse kerk zich echter onderwierp
aan de bisschop van Rome, verloor het geloof zijn geestelijke kracht en zuiverheid.
Uitbreiding en martelaarschap tijdens de Reformatie van de 16e eeuw.
Van de 12e tot de 15e eeuw predikten de Waldenzen het evange-lie openlijk
en helder in Spanje. Ze verspreidden Bijbels en bezegelden hun geloofsbelijdenis
met hun martelaarschap.
Halverwege de 16e eeuw werd het Goede Nieuws in de kathedraal van Sevilla
verkondigd door Eugidius en Constantino, kanunik-ken van de kerk en tegelijkertijd
martelaren. Ze waren in het geheim volgelingen geworden van de Reformatie
die Juan de Valdes had voorgesteld. Heel Spanje schudde op zijn grondvesten
door de prediking van het Evangelie. Mensen uit alle lagen van de bevolking
werden geraakt door de waarheid van de verlossing door geloof alleen. De Inquisitie
joeg ondertussen fel op afvalligen van de Kerk van Rome. Deze afvalligen werden
in heel Spanje gevangen genomen, in de ban gegooid of naar de brandstapel
gestuurd.
Veel mensen vluchtten dan ook naar Italië, Zwitserland, Duits-land, Engeland,
Nederland en Frankrijk. Onder hen de monniken van San Isidoro del Campo. Zij
hielden zich in deze landen bezig met het vertalen van Bijbels voor hun landgenoten.
Dit waren vertalingen van het werk van Luther en Calvijn of van oorspronkelijke
titels.
De vervolgingen konden de verspreiding van het Evangelie niet tegenhouden.
Gedurende de 17e en 18e eeuw werd de Bijbel nog steeds verspreid in Spanje.
Ook is bekend dat toen nog steeds protestanten het slachtoffer werden van
de Inquisitie.
De tweede Reformatie
De geschiedenis van de Spaanse gelovigen tijdens de afgelopen twee eeuwen
wordt wel de tweede Reformatie genoemd. In de 19e eeuw werd de oproep: "Gaat
heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping"
(Markus 16:15) door vele protestanten in verschillende landen opge-pakt.
Ook de opdracht die de Geraseense bezetene mee kreeg; "ga naar uw huis
tot de uwen en bericht hun al wat de Here in zijn ontferming u gedaan heeft"
(Markus 5:19) werd door menig Spanjaard die in het buitenland tot geloof kwam,
opgevolgd. Deze Spanjaarden, die vele anderen vertegenwoordigden, gehoor-zaam
aan Jezus Christus, predikten het zuivere Evangelie en organiseerden de eerste
protestantse gemeenten van deze tijd.
Geboorte, ontwikkeling en afzwakking van de tweede Reformatie
Het is moeilijk te zeggen wanneer de eerste Spaanse evangeli-sche kerk nu
precies begon. Die van Cadiz had al dertig jaar lang wekelijkse bijeenkomsten
voor de triomf van de zo geheten "glorieuze revolutie" van 1868,
waarna ze in het openbaar mochten samenkomen. In andere steden zoals Sevilla,
Malaga, Granada, Barcelona en Madrid bestonden er al goed georgani-seerde
gemeenten sinds de vijftiger jaren. In diezelfde tijd werden er lagere scholen
in het leven geroe-pen die aan de kerk verbonden waren. Zij werden naast of
soms in de kerk gehouden. Daarnaast ontstonden er ook een paar middelbare
scholen; in Madrid (El Porvenir), Linares, Huelva en Alicante (de Model School).
De tweede republiek bracht de godsdienstvrijheid terug die al sinds 1876
afwezig was geweest in Spanje. De inzet van de evangelischen was er, maar
de resultaten waren niet zo groot als die tussen 1876 en 1886.
Toen de Burgeroorlog begon (1936-1939), werd zowat elke evan-gelische aktiviteit
lam gelegd en toen de oorlog voorbij was kostte het nog een aantal jaren voordat
de tolerantie van voor 1931 weer herkregen was.
Eind 1953 was het nog steeds niet gelukt om toestemming te krijgen om 28 van
de samenkomstzalen, die voor de oorlog wel open waren geweest, te heropenen.
Pas vanaf 1966 zijn ze allemaal weer gewoon open.
Sinds 1978, toen de Grond-wet werd gepubliceerd, kunnen we eigenlijk pas weer
echt spreken van godsdienstvrijheid in Spanje.
Bronnen:
K. van Dooren, Spanje. Handboek over land, cultuur en bevolking, 2000, Bussum.
Brochure 'Kerk en Zending in Spanje' van European Christian Mission Nederland
(ECM-NL)
ANWB reisgidsen over Spanje gouden serie 2001
Nederlandse zendelingen en organisaties in Spanje
Uitgebreide informatie in de gids van Europa Zendingsnetwerk Nederland.
Te verkrijgen via ECM-NL: email: ecmnl@wxs.nl
http://www.la-moncloa.es
Spaanse overheid met links naar autonome gemeenschappen
http://www.spaansverkeersbureau.nl
Spaans verkeersbureau in Nederland
http://www.agape.nl Agape
heeft zendingswerk in Spanje
http://www.cama.nl CAMA heeft
zendingswerk in Spanje
http://www.ecmi.org European
Christian Mission Internationaal doet gemeentestichtend werk. Ook in Spanje.
http://www.ecmnl.nl European
Christian Mission Nederland maakt zendingswerk mogelijk. Ook in Spanje.
http://www.gospelcom.net/cef/europe
Kinderevangelisatie Europa
http://www.ifesworld.org
Ifes werkt ook in Spanje
(zonder
www) http://users.pandora.godsdienstlinks.be Godsdienst links vlaanderen.
Overzicht religieuze links.
http://www.mienteabierta.org
Spaanstalige website met apologetische, evangeliserende inhoud.