Veel van onderstaande gegevens, met name de statistische, zijn ontleend
aan: Patrick Johnstone, Operation World, 1993.
Dit handboek geeft een schat aan informatie over christen-
dom en zendingswerk in alle landen ter wereld. Het is ver-
krijgbaar bij WEC-Nederland
of via de boekhandel.
|
Land
De islamitische republiek
Pakistan ligt op de grens van het midden- en verre oosten tussen India en
Iran. Het grenst verder aan Afghanistan, China en de Indische Oceaan. Het
grootste deel van het land is droog met dorre bergen in het noorden en westen
en woestijn in het zuidwesten. Uitgestrekte irrigatiestelsels zijn te vinden
in de vruchtbare Indus-vallei. Het oppervlakte is 83,700 km2, ruim 20 keer
groter dan Nederland, waarvan 83,700 km2 bestaat uit een derde deel van Kashmir
dat door Pakistan wordt gecontroleerd.

Aantal inwoners: 141,599,000 (1995).
Hoofdstad: Islamabad met 245,000 inwoners.
| Populatiedichtheid: |
1990: 154p/km (3,5% bevolkingsgroei) |
| |
1995: 178p/km (2,9% bevolkingsgroei) |

Bevolking
en Taal
Er zijn meer dan 170 etnische
groepen met zes belangrijke taalfamilies en talrijke dialecten. De officiële
taal is het Urdu, dat breed wordt gesproken door de meeste Pakistanen. Het
totaal aantal talen is 68.
- Indo-Iraans 85%
- Panjabi 61%. Hieronder
vallen ook de Siraiki (12,400,000) en de Hindko (3,000,000). Op de noordelijke
vlakten wordt de politieke dominantie bedreigd door verschillende groepen.
- Sindhi 12%. In het
zuiden en in Karachi.
- Urdu 9%. De Mohajirs
zijn Indiase moslimimmigranten ten tijde van de onafhankelijkheid. Voornamelijk
te vinden in Karachi en Sindh.
- Noordelijke volken
2%. Talloze kleinere groepen. De grootste: Kohwari (263,000); Shina (215,000);
Kashmiri (105,000); Gujuri (81,000); en Torwali (60,000).
- Stammenvolken van de
Sindh 1%. Belangrijke groepen: Koli (750,000); Mawari (208,000); Bagri (200,000);
Od (50,000); en Datki (34,000).
- Iraans 13,6%.
- Pathan-Afghaans 10,1%.
- Baloch 3%.
- Overige 0,5%. Hunza
(75,000); Dari/Farsi; en Wakhi (6,000 ).
- Dravidiaans 0,74%.
908,000 Brahui, levend onder de Baloch.
- Tibetaans 0,34%. Balti-Purik
(400,000); en Kashmir.
- Turks 0,1%. 70,000
Hazara die Dari Perzisch spreken. Er zijn mogelijk 50,000 centraal Aziatische
Oezbeken onder Afghaanse vluchtelingen.
- Overige 0,3%. Hieronder
vallen onder meer Arabieren (122,000); Chinezen (6,000); Afghaanse vluchtelingen
(3,500,000); en Iraniërs.

Economie
en Politiek
Veel van de landbouwgrond
en de handel wordt gecontroleerd door enkele rijke families. De economie wordt
bedreigd door een ongecontroleerde bevolkingsgroei, een tekort een water en
land, een defensiebudget dat 40% van het nationale inkomen kost, de effecten
van de oorlogen met Afghanistan en de vluchtelingen, en een spectaculair hoog
corruptiecijfer. De invoering van Islamitische wetgeving zou een economische
ramp tot gevolg hebben voor het land. Werkloosheid bedraagt officieel 3%,
maar zit werkelijk dichter bij de 40%. De gemiddelde schuld per persoon is
$121. Het gemiddelde inkomen per persoon is $370 (=1,7% van USA).
Pakistan is sinds 1947
onafhankelijk van Groot-Brittannië en is voortgekomen uit de opdeling
van Brits India. Het land heeft sinds toen weinig stabiliteit gekend. Er zijn
drie oorlogen gevoerd met India en een opeenvolging van ondermaatse burgerregeringen
en autocratische militaire regimes. Het ontslag van de regering van Benazit
Bhutto, gevolgd door vervalste verkiezingen, resulteerde in een groei van
de macht van Islamitische elementen. Vanaf de oorlog met Afghanistan in 1979,
zorgt een toevloed van vluchtelingen en een groei van Islamitische guerrillamilities
voor toenemende instabiliteit van Pakistan. Dit heeft economische ontwikkeling
afgeremd en heeft zijn weerslag op de hele regio.

Religie
Pakistan is een Islamitische
republiek waar de regering een politiek van Islamisatie nastreeft van het
legale systeem, belastingen en het publieke leven, ondanks brede twijfel onder
de bevolking. De regering lijkt weinig weerstand te kunnen bieden tegen de
druk van extremistische Islamitische groeperingen. De gestage implementatie
van de sharia-wetgeving druist regelrecht in tegen de grondwet en geeft de
extremistische Moslimgroepen mogelijkheden om de religieuze minderheden te
kunnen onderdrukken en vervolgen.
- 96,7% Moslim. Sunni
67,6%, Shi'a 26,1% (waaronder de onorthodoxe Ismaili), Ahmaddiya officieel
0,13% maar onofficieel 3%. De laatstgenoemde worden niet als Moslims beschouwd
en worden door de regering vervolgd. Velen zijn ondergronds gegaan.
- 1,5% Hindoe. Stammenvolken
van de Sindh en sommige Sindis en Paniabis. Er is sprake van afname door
emigratie en bekeringen naar andere religies.
- 0,1% Overigen. Baha'i
25,000; Animisten 20,000; Parsee 6,000; Boeddhisten 2,000.
- 1,7% officieel Christen,
maar onofficieel 2-3%. Het aantal belijdende leden is 1,66% en het groeicijfer
is 3.9%.
|
Verschillende
kerkgenootschappen in Pakistan
|
|
Kerkgenootschap
|
Kerken
|
Belijdende leden
|
Hele gemeenschap
|
|
Ch of Pakistan
|
736
|
184,000
|
460,000
|
|
Presbyterian Ch
of P
|
200
|
44,800
|
332,000
|
|
Assoc
Ref Presb Ch
|
176
|
26,400
|
110,000
|
|
Salvation Army
|
668
|
25,200
|
42,000
|
|
United
Ch in Pakistan
|
82
|
14,000
|
40,000
|
|
National Methodist
Ch
|
148
|
13,300
|
38,000
|
|
Christian
Brethren
|
73
|
8,000
|
32,000
|
|
Seventh-day Adventist
|
45
|
6,579
|
18,800
|
|
Full
Gospel Assembly
|
63
|
5,000
|
16,100
|
|
Indus Chr Fell
|
6
|
1,208
|
3,020
|
|
International
Missions
|
36
|
900
|
3,000
|
|
Pakistan Chr F'ship
|
6
|
397
|
1,590
|
|
Evang
Alliance Chs
|
8
|
240
|
1,200
|
|
Alle overigen (38)
|
636
|
80,133
|
208,450
|
|
Denominaties
(51)
|
2,883
|
410,157
|
1,306,160
|
|
Catholic Ch
|
659
|
389,000
|
720,000
|
Onderverdeling christenen in Pakistan:
- 1,6% Protestant. De groei is 3,1%.
- 0,29% Evangelicalen. Hele gemeenschap: 352,000
met 111,000 belijdende leden.
- 0,08% Pinkster/charismatisch. Hele gemeenschap:
102,000 met 36,000 belijdende leden.
- 0,59% Rooms Katholiek. De groei is 5,3%.

Dank-
en Gebedspunten
- Pakistan heeft te maken
met een ontmoedigend aantal problemen. Onenigheid, corruptie en een onkunde
om de nationale sociale, economische en ecologische problemen aan te pakken
plagen de vorige en huidige regeringen. Het vinden van een middenweg die
zowel liberalen als fundamentalisten tevreden stelt is moeilijk gebleken.
Veel mensen zijn gedesillusioneerd and angstig. Bid dat er een gevoel voor
de realiteit zal zijn en openheid voor het evangelie die resulteert in toerusting
van christenen en groei van de kerk.
- Islamisatie is een
probleem voor de minderheden die hun grondwettelijke rechten afgekalfd zien
worden. Implementatie van de sharia-wetgeving met een doodsstraf voor het
beledigen van de profeet Mohammed is dè manier voor Moslims om valse
beschuldigen te uiten tegen Christenen. Verschillende zijn martelaren geworden
en andere zijn in de gevangenis beland. Bid voor het behoud van de elementaire
mensenrechten voor alle inwoners van Pakistan, ongeacht hun religie, geslacht
of status.
- Vervolging van religieuze
minderheden door Moslimextremisten is snel toegenomen sinds 1988. Christenen
worden geweerd voor bepaalde beroepen en de meest lage beroepen worden voor
Christenen gereserveerd. Door het kiesstelsel is hun invloed gemarginaliseerd.
Hun getuigenis in de rechtbank is maar de helft waard als die van Moslims,
wat betekent dat er weinig verhaal is in de rechtbanken en er weinig publiciteit
door de pers voor geweld en klinkklare discriminatie tegen ze. Molestaties,
gevangenneming en zelfs enkele gevallen van moord blijven ongestraft, alsook
de vernietiging van eigendommen en kerken. Angst en ontmoediging houden
de Christelijke gemeente in haar greep. Bid dat dit lijden Christenen dichter
bij God brengt en hun standvastig maakt in moed en geloof waardoor ze een
krachtige getuigenis kunnen geven aan hen die onderdrukken.
- Christenen met een
Moslimachtergrond worden bedreigd door de implementatie van de sharia-wetgeving.
Er zijn mogelijk duizenden verborgen gelovigen, maar een handjevol hebben
Christus beleden en zich openlijk als Christen uitgesproken, omdat het tot
hun martelaarschap kan leiden. Ook hebben veel van dergelijke gelovigen
te maken met het dubbele trauma van de verwerping door hun gemeenschap en
het niet geaccepteerd worden door de Christelijke gemeente.
- Christelijke zending
werkt in het land sinds 1833. Christelijke normen en waarden en instellingen
wortelen diep in het land, een feit dat Moslimfundamentalisten proberen
te negeren. Presbyteriaanse, Anglicaanse, Methodistische zendelingen en
later zendelingen van het Leger des Heils hebben het eerste pionierswerk
gedaan. Er was een groot aantal bekeerlingen onder de 30 kasteloze Hindoekasten
in de periode 1890-1930. Dit werd vergezeld door een opwekking in 1904.
Andere zendingsgroepen, voornamelijk evangelisch van origine, kwamen in
Pakistan rond de onafhankelijkheid. Enkele van de grotere zendingsorganisaties
zijn Interserve, TEAM, CMS, SIM, OM, IMI, CBFMS en RSTI. Landen waarvandaan
een groot aantal zendelingen komen zijn: Verenigde Staten, Groot-Brittannië,
Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Finland, Zweden en Korea. Het merendeel
van de zendelingen werken binnen bestaande kerkstructuren; een kleine minderheid
heeft een bediening als pionierwerker en in het stichten van nieuwe gemeenten.
De golf van geweld, doodsbedreigingen, ontvoeringen van buitenlanders, en
toenemende druk van de autoriteiten bemoeilijkt het zendingswerk. Bid voor
de bescherming en voor creatieve kansen om de talloze onbereikte volken
en gebieden te bereiken in Pakistan. De meeste zendelingen komen uit het
Westen, maar steeds meer komen er uit Aziatische landen. Bid voor zowel
de roeping van anderen om te dienen in het land en voor het verkrijgen van
de benodigde visa om het land binnen te komen.
- De kerk heeft het gebed
vandaag harder dan ooit nodig. De meeste Christenen zijn Panjabis of mensen
uit lage kasten met Hindoe-achtergrond en het overige deel komen uit Hindoestammen
van de Sindhvolken, en worden daardoor vaak geminacht en onderdrukt door
de Moslimmeerderheid. Bid voor:
- opwekking. Gebrek
aan onderwijs, armoede en analfabetisme hebben de vermindering van geestelijke
normen en waarden, nominalisme en het bedrijven van occultisme onder hen,
die zich Christenen noemen, bevorderd. Er is weinig groei van de kerk
gedurende tientallen jaren met uitzondering van de Mawaris en Koli in
de Sindhwoestijn.
- geestelijk leiderschap
in de kerken. Er is een tragische geschiedenis van onenigheid onder het
leiderschap, rechtszaken en afsplitsing in verschillende denominaties.
God doet veel goede jonge leiders opstaan. Bid dat zij voorbeeld mogen
geven van een geheiligd en met godsvrucht gezegend leven.
- moed om het geloof
te delen met niet-Christenen. Alles werkt in de hand dat Christenen angstig,
introvert en zwijgzaam worden. Maar enkelen hebben een last om de Moslims
te bereiken. Teams van Operatie Mobilisatie hebben veel gelovigen uitgedaagd
om betrokken te raken in evangelisatie. Bid dat deze uitdaging ook hele
gemeenten mag gaan bewegen.
- visie voor zending.
Sommige Pakistaanse gelovigen hebben genootschappen opgericht in verschillende
landen in het Midden-Oosten, sommige met een bediening onder niet-Christenen.
Bid voor hen, die bij dergelijke bedieningen betrokken zijn en vaak bloot
staan aan grote persoonlijke risico’s.
- Training van leiders.
Er zijn 12 Protestante en zes Katholieke theologische colleges en bijbelscholen.
De bekendste is de interkerkelijke/-zending theologische seminarie en United
Bible Training Centre in Gujranwala. Bid voor deze school en ook voor het
bijbelinstituut in Attock Stad. Te weinig toekomstige leiders reageren op
de roeping van God, en een tekort aan financiële middelen beperkt velen.
Bid dat een groter deel van de Pakistaanse kerkleiders kunnen dienen in
de nationale kerken zonder de steun nodig te hebben van buitenlandse genootschappen.
Verschillende denominaties gebruiken TEE-cursussen van de Open Theological
Seminary die 900 studenten telt in 60 centra.
- De onbereikten. Meer
dan 160 etnische bevolkingsgroepen en 40 taalgroepen kennen geen levensvatbare,
inheemse gemeenten en hebben geen effectief crosscultureel zendingsinitiatief.
Er zijn maar weinig landen waar de zendingstaak en –uitdaging zo groot is.
Bid speciaal voor de grotere groepen die in de bevolkingslijst zijn genoemd.
Bid ook voor:
- Baloch en Brahui.
Ongeveer 75% van 4,500,000 Baloch wereldwijd leven in Pakistan. Over de
hele wereld zijn er maar 10 Baloch-christenen bekend. Meer dan één
miljoen leven en werken in Karachi. Balochistan is grotendeels woestijn
en niet open voor buitenlandse werkers. Onder de Brahui zijn geen Christenen
bekend, die onder hen leven. Bid voor het inter-genootschappelijke bureau
dat zich uitstrekt naar dit strategische en koppige volk.
- de Pukhtun aan de
noordwestelijke grens met Afghanistan die bekend staan om hun strijdlust
en saamhorigheid. Zij controleren de lucratieve drugs- en wapenhandel
in Pakistan en Afghanistan. Meer dan twee miljoen leven er in Karachi.
Er zijn maar twee Pushtu-sprekende gemeenten bekend, en maar enkele gelovigen.
Een handjevol buitenlandse zendelingen heeft zich toegelegd op een bediening
onder hen.
- de volken in het
uiterste noorden. Hier leven 27 kleine groepen mensen in de bergvalleien
van Kashmir, Kohistan, Swat, Dir, Chitral, Gilgit en de Hunza. De Kalsh
zijn voornamelijk animistisch, maar bekeren zich tot de Islam sinds 1975.
Alle andere volken zijn Moslim: Sunni, Shi’a en Ismaili. Bid speciaal
voor de Burushas en de Hunza, de aan Tibet gerelateerde Balti, de Khowaris
van Chitral, de Shina, alsook voor de talloze kleinere groepen. Onder
deze volken is geen enkele kerk bekend en maar enkele Christenen. Het
medische werk van de Brethren heeft veel deuren voor het evangelie geopend.
- de Sindhi- en Panjabi-meerderheid
op de Indusvlakte. Christenen zijn bijna alleen afkomstig uit de Hindoe-minderheden
die zich aan de onderkant van de sociale ladder bevinden. Er zijn kerken
onder hen gesticht, maar weinig Moslims zijn er bereikt. Er wordt zending
bedreven in het gebied, maar tot nu zijn er weinig Sindhi-gemeenten.
- Karachi met zijn
enorme inwoneraantal (het dubbele van het officiële aantal) en dat
wordt verscheurd door geweld en etnische verschillen. Multi-etnische conflicten,
ontvoeringen en gewelddadige criminaliteit zijn de realiteit van alledag.
Het aantal drugsverslaafden in de stad wordt geschat op één
miljoen. Onder hen wordt nu zending bedreven door verschillende zendingsgenootschappen.
De 30 kerken met 120,000 Christenen in de stad zijn vooral gevuld met
Panjabi en Goanezen. Bid dat onder iedere etnische groep in de stad er
een bediening wordt gegeven om kerken te stichten, speciaal voor de Urdu-sprekende
Mohajirs, de 500,000 Ismaili Moslims en de talloze Afghaanse vluchtelingen.
- Afghaanse vluchtelingen
in Pakistan die in 1990 het hoogste aantal van vier miljoen bereikte.
Het aantal gaat langzaam omlaag doordat sommigen terugkeren naar hun verwoeste
thuisland dat nog steeds door burgeroorlog wordt verscheurd. Er zijn 330
registreerde vluchtelingenkampen, waarbinnen bijna de helft van de bevolking
bestaat uit kinderen en de rest uit vooral vrouwen. De meeste spreken
Dari en Pushtu, maar er zijn ook veel Oezbeken, Tajik en andere groepen.
Jarenlang hebben Christelijke hulporganisaties waardevolle materiele en
spirituele hulp gegeven, maar het werk is door druk van Moslimextremisten,
vervolging, ontvoeringen, en zelfs de moord op Christelijke werkers verminderd.
Bid voor hen die door blijven gaan met deze ondankbare taak om Jezus’
wil, en bid voor eeuwige vrucht.
- de Ahmaddiya. Dit
is een militante en zendingsgerichte sekte, die door Moslimvervolging
gedwongen is om grotendeels ondergronds te gaan. Weinig van de drie miljoen
Ahmaddiya wereldwijd zijn ooit tot Christus gekomen, maar nu worden ze
door hun lijden opener voor het evangelie.
- Jonge mensen zijn een
belangrijk bidpunt omdat 50% van de bevolking jonger dan 15 is. Toch zijn
er maar weinig organisaties actief onder de Christelijke en niet-Christelijke
jeugd. Er zijn maar weinig werkers die zich met dat specialistische werk
bezighouden. Bid voor hen die dat wel doen, en actief zijn op colleges en
universiteiten.
- De Pakistanen zijn
in de afgelopen jaren geëmigreerd naar alle delen van de wereld, vooral
naar het Midden-Oosten, Noord-Amerika, Groot-Brittannië en Australië.
Weinig Moslims van Pakistaanse afkomst zijn in die landen tot geloof gekomen,
en Christenen hebben relatief weinig gedaan om hen te bereiken met het evangelie.
Dit is vooral waar voor de 450,000 die in Groot-Brittannië wonen.
- Ondersteunende werkzaamheden.
Bid voor:
- de productie van
literatuur. In het MIK Christian Publishing House wordt een grote variëteit
aan Christelijke literatuur vertaald, bewerkt en uitgegeven. Bid voor
inzicht en geloof voor de schrijvers, het bestuur en de lezers.
- de verspreiding van
literatuur. Het Bijbelgenootschap heeft een vitaal netwerk voor het drukken,
vertalen en distribueren van Bijbels. Er is een boekenwinkel in Karachi
en er worden miljoenen pamfletten en boeken verspreid in het hele land
door OM. Hoewel het analfabetisme groot is, is de interesse in de literatuur
dit ook. Bid dat veel harten aangeraakt mogen worden door de Heilige Geest.
- bijbelvertaling.
Met maar negen talen die een Nieuwe Testament hebben, is dit een grote
uitdaging. Er werken vertaalteams onder 18 talen, en verder hebben drie
talen een revisie nodig. Onderzoek zal uitwijzen dat zeker 38 talen Nieuwe
Testament-teams nodig hebben. Bid dat buitenlanders en nationalen worden
geroepen en toegerust voor het vertaalwerk.
- Bijbel correspondentie
cursussen. Deze zijn zeer vruchtbaar gebleken in het onderwijzen van Christenen
en niet-Christenen. Bid voor de Pakistan Bible Correspondence School met
vijf regionale centra en 40 medewerkers en zo’n 9-10,000 studenten actief
betrokken. Bid ook voor cursussen die door de Swedisch Pentecostals worden
gegeven. Bid voor medewerkers en studenten, en dat er eeuwige vrucht mag
zijn van het werk.
- de Jezusfilm. Moslimfanatici,
beperkte samenwerking bij kerken en zendingsgenootschappen vermindert
de bruikbaarheid van de film. Bid voor veiligheid en vrijheid om de film
te kunnen tonen en het overal distribueren en verspreiden van de video’s.
- de radio. Een gebrek
aan Christenen en kerken onder de grotere bevolkingsgroepen houdt de ontwikkeling
van een adequate dagelijkse programmering tegen. Er wordt uitgezonden
door FEBA in het Urdu, Panjabi, Pshtu, Sindhi, Dindko en Siraiki. Bid
dat de "World by 2000"-samenwerking met verschillende organisaties
de uitzendingen verder zal ontwikkelen en dat er programma’s komen in
de Balochi- en Brahui-talen.
- cassettes. Er worden
opnamen verspreid in 58 talen.