Veel van onderstaande gegevens, met name de statistische, zijn ontleend aan: Patrick Johnstone, Operation World, 1993.
Dit handboek geeft een schat aan informatie over christen-
dom en zendingswerk in alle landen ter wereld. Het is ver-
krijgbaar bij WEC-Nederland of via de boekhandel.

 

Hier ligt Nepal, en zo ziet het eruit

Nepal, het dak van de wereld. Ingeklemd tussen China en India. Op de breuklijn van het Zuid-Aziatisch subcontinent en de grote landmassa van Eurazië zijn, als reusachtige kreukels in de aardkorst, bergen opgekruld – de hoogste bergen ter wereld. 10 van de 12 hoogste bergen ter wereld liggen in Nepal, inclusief de allerhoogste: de Mt. Everest.

Nepal ligt over het midden van de gehele Himalaya-bergketen, over een lengte van over de 800 kilometer, van west naar oost. Van noord naar zuid meet het land hier en daar onder de 200 kilometer in doorsnee, waardoor het op de kaart de vorm heeft gekregen van een butsige chocolade-reep. In het noorden liggen de hoogste pieken ter aarde – in het zuiden ligt de laagvlakte van de heilige rivier de Ganges, op slechts 100-200 meter boven zeenivo. In het zuiden is het in de zomer over de veertig graden celcius, in het noorden ligt de eeuwige sneeuw. Daar vallen ook in de meeste valleien ‘s winters dikke pakken sneeuw. In het zuiden worden de laatste bedreigde natuurgebieden bevolkt door de grootste tijgers ter aarde, neushoorns en krokodillen, in het

noorden huizen de yaks, exotische blauwe Himalaya-geiten, en: de mysterieuze sneeuwluipaard.

 

 

Zij wonen in Nepal

Nepal is een bergland, dat hoog is in het noorden, en laag in het zuiden. In het zuiden grenst het aan de Ganges-vlakte, het stroomgebied van de ‘heilige’ rivier. Het grenst aan India. In het noorden grenst Nepal aan Tibet – Tibet wordt momenteel geregeerd door China. China beschouwt Tibet als provincie.

 

 

In Nepal woont een groot aantal verschillende bevolkingsgroepen. Ze spreken allemaal verschillende talen, en hebben verschillende gebruiken. Nepal, in zijn huidige vorm, bestaat pas een tweehonderdvijftig jaar. Het is nooit een kolonie geweest, dat niet, maar het bestond vroeger uit een enorm aantal kleine koninkrijkjes. Deze kleine staatjes zijn verenigd door Prithvi Narayan Shah, de eerste koning van het huis der Shahs – de ‘vader des vaderlands’ voor Nepal. Hij zei: Nepal is een bloementuin met 36 stammen en 4 kasten. Oftewel, hij dacht dat er 36 verschillende bevolkingsgroepen waren. De 4 ‘kasten’ zijn de hindoeistische kasten. Van oudsher kent Nepal geen kastensysteem. Hoewel het een hindoeistisch land is, past het kastensysteem maar slecht in het geheel.

Oorspronkelijk werd Nepal bevolkt door mensen van Tibetaanse afkomst, die talen spraken (en spreken) die verwant zijn aan het Tibetaans en Burmees. Deze mensen wonen nog steeds in Nepal, en vormen misschien wel de meerderheid – al spreken ze niet allemaal meer hun oorspronkelijke talen. Deze mensen zijn de Rai (vooral Oost-Nepal), de Magars (Centraal en West-Nepal), de Tamang (Centraal Nepal), de Gurung (West Nepal), de Newar (overal door het land, maar vooral de Kathmandu-vallei), de Sherpas (rond Mount Everest) en vele, vele anderen.

Dat was oorspronkelijk. Maar in de loop der eeuwen, al van voor het begin van onze jaartelling, zijn mensen van Indo-Ariaanse afkomst bezig Nepal binnen te stromen, van het zuiden uit. Dat is een proces dat eigenlijk nog steeds aan de gang is. Deze mensen spreken Indo-Ariaanse talen (verwant aan de Europese talen), en worden vooral gevonden in de zuidelijke streken van Nepal. Dit zijn de dominante Bahuns, de Chetri’s (deze groepen vooral zijn de dragers van de Hindoe-cultuur en godsdienst), en verder de Bhojpuri, de Awadhi, de Urdu-sprekers (uit Pakistan), de Maithili, en zo voort. Ook de Tharu (een grote bevolkingsgroep in het zuid-westen) spreken een verwante taal, maar waar die vandaan komen weet niemand met zekerheid.

 

 

Dit geloven Nepalezen

De Bahuns (ook wel: Brahmins) en Chetri’s zijn gekomen uit het zuiden, en maken een groot deel van de bevolking uit in het midden-gebergte. Zij zijn het die het hindoeisme dragen, en het kastensysteem hebben ingevoerd in Nepal. In het kastensysteem zoals in het Hindoeïsme zijn er vier kasten (van hoog naar laag): de Brahmin, de Chetri, de Vaisya en ten slotte, de Sudra. De eerste zijn de priesters, de geestelijken, en zij zijn het vaak die bepalen wat gebeurt. Hoewel zij niet de ‘regeringskaste’ zijn, maken ze vaak wel de dienst uit. De Chetri, volgens het systeem, is de strijders-kaste: deze mensen vormen het leger, vormen de regering, dat is hun pakkie-an. De Vaisya zijn de ambachtslieden, de arbeiders, de middenklasse. De Sudra zijn de onaanraakbaren, zij die het vuile werk moeten opknappen. De slagers, de schoenmakers, de kleermakers, enzovoort.

 

 

Als je eenmaal in een kaste bent geboren, dan blijf je erin. Jouw kind zal ook die kaste hebben – tenzij hij of zij kaste-status verliest, bijvoorbeeld door onder de kaste te trouwen.

Geloof in reincarnatie is een van de centrale punten in het Hindoeïsme.

Als je in dit leven goed leeft, dan kun je in het volgende leven geboren worden in een hogere kaste – of je bereikt de verlossing – dan word je niet meer herboren.

In het dagelijks leven bestaat het geloof van een Hindoe uit het brengen van veel offers, en het houden van veel feestdagen. Bij huwelijk, overlijden en geboorte moet een Bahun-priester komen, die betaald wordt voor zijn diensten. Bij geboorte trekt een astroloog de horoscoop van het kind, en dat is belangrijk: het bepaalt het leven van het kind, en beslissingen die later worden genomen.

Dagelijks brengen trouwe Hindoes offers aan goden, soms (op zaterdagen, en dinsdagen) in een tempel, maar in elk geval, elke ochtend thuis.

Het Hindoeïsme is wel de staatsgodsdienst van Nepal, maar lang niet iedereen is Hindoe. De tellingen geven soms wel over de 70% hindoes – maar dat is schijn, dat zijn kromme statistieken.

Onder een dun laagje Hindoeïsme zit een eigenlijk animistisch geloof. Het geloof in geesten is heel belangrijk – en de angst ervoor. Voor de echte problemen ga je naar de Shaman. Deze geestenbezweerder slacht je kip, en voert een dans uit.

Hoger op, in de bergen is het Boeddhisme overheersend. De Tibeto-Burmaanse bevolking is goeddeels Boeddhistisch – dat wil zeggen: ook bij hen is het geestengeloof overheersend, maar dan onder een Boeddhistische noemer. De gebedsvlaggen wapperen op alle bergpassen.

In het zuiden bevinden zich kleine enclaves van Moslims. Deze vormen samen een paar procent van de bevolking.

Sinds 1950 zijn er ook christenen gekomen in Nepal. Het is moeilijk om precieze aantallen te geven van de christenen – maar de meeste schattingen varieren tussen 1 en 2 procent van de bevolking.

De statistieken volgens Operation World zijn:

Religies

% van de bevolking

Aanhangers

Jaarlijkse
groei

Hindoeïsme

74.82

17,904,793

+2.0%

Boeddhisme

16.00

3,828,878

+2.4%

Islam

5.00

1,196,525

+4.6%

Christelijk geloof

1.89

452,286

+16.1%

Andere religies

1.70

406,818

+2.4%

niet-religieus/anders

0.50

119,652

+7.1%

Sikh

0.06

14,358

+6.2%

Baha'i

0.03

7,179

+2.4%

De grens tussen Hindoeïsme en Boeddhisme is niet scherp. De Boeddhisten tellen officieel maar 7.8%, de Moslims 3.5%, de Christenen 0.17%. De telling van OW (1.89%) is waarschijnlijk wat hoog – maar het is heel moeilijk een betrouwbare statistiek te krijgen. In de 10-jaarlijkse volkstelling worden steeds de aantallen niet-Hindoes onderschat – in de tellingen van christelijke zijde worden christenen vaak overschat, of dubbel geteld. Het aantal gedoopten komt zeker niet boven de 1% uit.

 

 

Vroeger in Nepal

Nepal maakt roerige tijden door. In 2001 is de koninklijke familie uitgemoord door de kroonprins (die zichzelf ook het leven benam), de noodtoestand is uitgeroepen, en nog altijd bungelt Nepal onderaan het lijstje onder-ontwikkelde landen. Hoe moeten we dat begrijpen?

Nepal is nooit een kolonie geweest. Wel zijn er oorlogen geweest tegen de Engelsen, aan het begin van de 19e eeuw. Het resultaat van die oorlogen is dat Nepal een Engelse resident toestond in Kathmandu, en verder de deur op slot deed. Tot 1951 was Nepal een gesloten koninkrijk, potdicht voor buitenlanders – behalve voor Engelse officieren die soldaten recruteerden. Deze huurlingen, Gorkha’s, maken tot op de dag van vandaag deel uit van het Engelse leger.

In 1951 ging Nepal open. Het koningschap werd in ere hersteld (de macht was overgenomen door een rivaliserende adellijke familie) en de grenzen gingen langzaam open. Er kwamen scholen – in 1951 waren er slechts 2 scholen in heel Nepal! - buitenlanders, en buitenlandse goederen. Pas sinds die tijd zijn er wegen gekomen, ziekenhuizen, onderwijs, waterleidingen, een overheidsapparaat.

Nu is het niet zo dat er voor die tijd niets was – er was een uitgebreide Hindoe-cultuur, met allerlei regels over reinheid, festivals en gebruiken; er was een administratie van geboorten volgens de maankalender; er waren bergpaden (die nog steeds het meeste van de infrastructuur uitmaken); er waren geestenbezweerders en traditionele genezers voor wat betreft de gezondheidszorg.

Maar dat veranderde allemaal snel. Met de grenzen gingen ook de ogen open. Door de verbeterde gezondheidszorg (alleen al de beschikbaarheid van antibiotica) nam de massale kindersterfte af.

De bevolking is explosief aan het groeien. De jongeren willen werk, en welvaart. De helft van het nationaal budget is afkomstig, op verschillende manieren, van buitenlandse hulp – maar veel ervan blijft hangen in de Kathmandu-vallei; rond de hoofdstad – en bereikt de afgelegen gebieden niet.

Tot 1990 was Nepal een min of meer volstrekte monarchie – de koning maakte de dienst uit. Er waren wel allerlei raden en locale organen die je zou kunnen uitleggen als ‘democratie’ – maar democratie was er zeker niet.

In 1990, na een bloedige opstand, werd eindelijk de democratie ingevoerd. Die 10 jaren zijn in zekere zin een succes, omdat er inderdaad verschillende partijen aan de macht geweest zijn. Maar de laatste tijd wordt steeds pijnlijker duidelijk dat de mentaliteit van de overheid nog niet wezenlijk genoeg aangepast is aan de democratie. De heersende klasse van nu lijkt te veel op de heersende klasse van vóór de democratie.

Er is veel ontevredenheid, en in 1996 begon de rebellie van een bijzonder goed georganiseerde guerillagroep die zich "Maoïsten" noemen. De Maoïsten noemen hun strijd de ‘volksoorlog’. Behalve bij de leiding van deze groep is er nauwelijks besef van wie Mao was, onder de leden van deze groep – en zelfs de Chinese regering heeft zich uitdrukkelijk aan de kant van de Nepalese overheid geschaard, en heeft zich tegen deze beweging gekeerd. De motivatie van de leden, de strijders van de rebellen is meestal eenvoudige ontevredenheid, frustratie over achterstelling door hoge-kaste mensen, door de regering. Vaak zijn het mensen uit afgelegen gebieden, nog niet bereikt door de wegen, werkloos.

Maoïsten zaaien veel angst door hun onvoorspelbare maar goed georganiseerde aanslagen, hun afpersingen (bijdrage aan de ‘volksoorlog’). Hun doelen zijn: afschaffing van de (nu constitutionele) monarchie, verdrijving van de huidige regering, het volk (de Maoïsten) aan de macht, en – minder buitenlandse inmenging in Nepal. Ze staan in het algemeen vijandig tegenover christenen en christendom. Zij beschouwen dat als buitenlandse inmenging, en een gevaar voor hun beweging.

Na vredesbesprekingen in 2001, die afgebroken werden door de Maoïsten – en prompt gevolgd werden door een serie zware aanslagen, heeft de regering de noodtoestand in Nepal uitgeroepen. Deze stelt de regering in staat een burgeroorlog te voeren tegen de Maoïsten. De burgerrechten in Nepal zijn sterk ingeperkt, en er zijn zeker tekenen van machtsmisbruik door de regering. De vrees van veel mensen is, dat de noodtoestand nooit meer zal worden ingetrokken – waardoor effectief de democratie ten einde is.

Hoewel de regering vrolijke berichten over overwinningen de wereld instuurt, is er in werkelijkheid nauwelijks vooruitgang in de burgeroorlog. Het is een oorlog waarin uitsluitend verloren wordt.

 

 

Werken in Nepal

Er is een redelijk grote buitenlandse aanwezigheid in Nepal, in hulporganisaties. Zending is officieel verboden. Desondanks is er een opmerkelijke kerkgroei geweest rondom plaatsen waar christelijke organisaties ziekenhuizen stichtten, of andere projecten opzetten – kennelijk is de boodschap in de vorm van christelijke liefde ontvangen.

Er zijn mogelijkheden te over voor werken in Nepal – via regeringsorganisaties (o.a. de Deense, Noorse, Engelse, Nederlandse (SNV), Duitse, en Zwitserse overheden voeren ontwikkelingswerk uit in Nepal, maar ook via ‘particuliere’ organisaties, zoals de INF (International Nepal Fellowship), UMN (United Mission to Nepal), TEAM en vele andere, kleinere. Bovendien zijn er informele werkverbanden die zich toeleggen op taalonderzoek, het publiceren van boeken, ontwikkelen van evangelisatie-materiaal, het bereiken van specifieke groepen.

En er is zoveel te doen in Nepal! Het land heeft een groot gebrek aan infrastructuur, er zijn gebieden waar een jaarlijks terugkerend voedseltekort is, een grote kindersterfte, een schrijnende onderontwikkeling.

Er zijn veel bevolkingsgroepen die niet geletterd zijn in hun eigen taal, maar dat wel willen – die niet kunnen lezen omdat er gebrek is aan onderwijs en materialen. Die geen besef hebben van het evangelie, en zelfs maar een beperkt idee van een wereld daarbuiten. Dat is op zich niet erg, maar de wereld van ‘daarbuiten’ komt wel op hen af, en daar zijn ze zelden goed op voorbereid.

Misschien heb je een roeping naar Nepal – het is goed je dat tenminste één keer in je leven goed af te vragen.

 

 

Danken voor Nepal

Nepal is een prachtig land – een absoluut hoogtepunt in Gods schepping. Duizelingwekkende hoogten, ruige bergruggen, vruchtbare valleien. Bijzondere natuur, bijzondere dieren – en bijzondere mensen – te over.

En het land is geopend – eindelijk. De toegang is nog ‘beperkt’ maar dat is altijd nog rijkelijk meer dan niets.

De kerk is gegroeid – van nul naar 1-2 procent is uitermate bijzonder, en dat in vijftig jaar. Als het zo doorgaat… Ga eens naar een kerk in Nepal en kijk om je heen – iedereen die daar zit, zit daar omdat hij of zij daar voor gekozen heeft, tegen de wil van de familie in, tegen de druk van de omgeving in. Niemand in Nepal komt uit gewoonte naar de kerk, en dat is een machtig iets.

Velen, zij die voor 1990 bekeerd werden, hebben voor hun geloof een tijd in de gevangenis doorgebracht.

Er is ook een betrekkelijk grote eenheid in de Nepalese kerk – door hun gedeelde lot en recente ontstaan zijn de gelovigen dicht bij elkaar gebleven.

 

 

Bidden voor Nepall

  1. Het land heeft dringend politieke stabiliteit nodig, en een betrouwbare regering. En bovenal: vrede – en dat zal een vrede moeten zijn die alle verstand te boven gaat.
    Enorme tegenstellingen moeten overwonnen worden.
  2. Het land heeft ook behoefte aan meer burgervrijheden – in de eerste plaats vrijheid van geloof. Niet alleen dat de wet gewijzigd zou moeten worden – ook de rebellen, die met hun angst-strategie in veel plaatsen de dienst uitmaken, zouden ruimte moeten geven voor vrijheid van denken.
    Het komt nog steeds voor dat christenen worden opgepakt omdat ze anderen zouden ‘proselyteren’ – bekeren. Niet vaak meer, gelukkig. Evengoed blijft er intimidatie, van officiele zijde of van de omgeving.
  3. Er zijn ook extremistische Hindoes, die alle buitenlandse inmenging en vooral Christelijke aanwezigheid aanvallen met lastercampagnes en dergelijke. In India voeren deze bewegingen ook aanslagen uit op Christenen – in Nepal hebben ze niet zoveel aanhang. Ze zoeken die wel.
  4. Bid voor de kerken in Nepal. Al de jaren van vervolging hebben grote eenheid gebracht – nu het tien jaar ‘makkelijker’ is geweest, zijn er meer ‘richtingen’ gekomen – niet zelden doordat westerse genootschappen of ‘mannetjes’ – vaak met de beste bedoelingen – een kerk of kerkleider ‘kochten.’ Afstandsbediening in de kerk met geld, zou je het kunnen nemen. Bid dat de Nepalese kerk de Geest van vrijheid en zelfstandigheid nooit meer kwijtraakt, bid dat hun eigen evangelisatie-campagnes (veel succesvoller dan al de westerlingen bij elkaar) blijven doorgaan, dat daar de motivatie, mensen en hulp voor komen.
  5. Bid voor de toekomst van de kerk. De jeugd is de toekomst – bid voor hen. Nieuwe leiders hebben opleiding nodig. Er zijn een paar bijbelscholen, verenigd in de "Association of Theological Educators." Denk niet alleen aan opleiding tot kerkleiders, maar ook professionele opleiding. Nu de buitenlandse ontwikkelingsorganisaties het moeilijker krijgen, door regering en Maoïsten het land worden uitgedreven, wordt het dagelijks belangrijker dat Nepalezen, en ook, Nepalese christenen, ook daarin het estafettestokje overnemen. Er zijn nu ook al tweede-generatie christenen. Zij moeten de fakkel brandend houden, zij moeten opnieuw ondervinden wat het betekent christen te zijn, als zij buiten hun vertrouwde huiselijke omgeving de afwijzende Hindoe- / boeddhistische omgeving ontmoeten.
  6. Bid dat er visie komt voor de toekomst, dat er altijd weer enthousiaste mensen gevonden zullen worden, die bereid zijn het evangelie de toekomst in de dragen. Dat er visie komt op diaconaal werk, op sociaal werk. In de afgelopen 50 jaar is in Nepal bewezen dat de christelijke naastenliefde een buitengewoon krachtig getuigenis is – dat moet de kerk in Nepal nu overnemen.
    Er is veel sociaal onrecht in Nepal – in de vorm van kaste-discriminatie. Dit is onlosmakelijk verbonden aan het Hindoeïsme – wat zou het een verlossing zijn als het christelijk getuigenis daar een eind aan maakte.
  7. Bid voor de verschillende bevolkingsgroepen.
    1. Er zijn veel Tibetaanse boeddhisten in Nepal – ofwel Tibetaanse vluchtelingen, danwel bevolkingsgroepen met een Tibetaanse achtergrond of taal. Zij zijn altijd moeilijk bereikbaar met het evangelie, moeilijk toegankelijk
    2. Natuurlijk zijn de hoge-kaste Hindoes geen bereidwillige hoorders van het evangelie. Zij profiteren in zekere zin van hun godsdienst. Toch zijn er genoeg Brahmin (Bahun) en Chetri gelovigen – maar het zouden er nog veel meer moeten zijn.
    3. Bid voor de bewoners van het laagland – Tharu’s, Bhojpuri’s, Maithili, Awadhi, Moslims. Onder Tharus is de laatste jaren een besliste opleving zichtbaar – hun kerken groeien geweldig! Al deze bevolkingsgroepen lijken klaar voor het evangelie. De velden zijn wit.
    4. Universiteitsstudenten. Voorzichtige schattingen zijn dat 90-95% van de studenten op campussen Maoistische sympathieen hebben, of lid zijn van een der Maoistische organisaties. Toch zijn campussen ook ontzettend effectieve werkterreinen, o.a. voor NBCBS and NCCC, de christelijke studentenorganisaties.
    5. Al die talloze, talloze bevolkingsgroepen met hun eigen cultuur en taal … zie ook http://www.1040window.org.
  8. De (christelijke) hulporganisaties die werken in de gezondheidszorg, plattelandsontwikkeling, stadsontwikkeling, armoedebestrijding… INF (International Nepal Fellowship): www.inf.org.np UMN (United Mission to Nepal): www.umn.org.np TEAM, en vele anderen.
  9. Bid voor christelijke uitgeverijen (o.a. Nepal Bible Society – Nepalees Bijbelgenootschap), GFA Publications, hen die materiaal produceren (Bijbelvertalingen, Alfabetiseringsmateriaal, Zondagsschoolmateriaal, Cassettes, de Jezus-video, radio-uitzendingen…).

 

 

Tenslottel

Er valt zo oneindig veel te vertellen over Nepal, en er is zoveel om aan te denken als het gaat over "geloven in Nepal." Het belangrijkste is dat er in Nepal geloofd wordt – zowel door mensen binnen als buiten Nepal.

Blijf geinteresseerd. Wil je meer weten – bezoek de websites die op deze pagina (pagina’s) worden genoemd. Er zijn er nog veel meer. Zoek ze op.

Meer weten over:

Christelijke (Medische) Hulporganisaties: UMN www.umn.org.np
  INF www.inf.org.np
  TEAM  
Nieuws: Online kranten www.nepalnews.com
Publicerende organisaties: GFA  
  OM  
  Bible Society (UBS)  
  SIL/ethnologue  

 



Terug naar landenpagina

Nepal