Op 1 oktober 1949 stond Mao Zedong op het podium van het Tiannanmenplein en riep hij de Volksrepubliek China uit. "Het Chinese volk is opgestaan!", riep hij na een eeuw van burgeroorlogen, invasies uit het buitenland en semi-koloniale overheersing. Ervoor in de plaats vestigde de Communistische Partij een dictatuur die de hele samenleving controleert. Toch zijn er vele Chinezen die, hoewel gezagsgetrouw, noch de Partij noch de regering in Peking als hoogste gezag over hun leven erkennen.
Het China van nu is heel anders dan zo'n 50 jaar geleden. De levensstandaard van de meeste mensen is aanzienlijk verbeterd. De Volksrepubliek is nu een belangrijke, industriële, agrarische en exporterende mogendheid. Goederen met het logo 'made in China' worden in heel de westerse wereld verkocht.
De Chinese kerk van vandaag is over het algemeen arm in materieel opzicht, maar kent een grote gedrevenheid voor het werk van de Heer. De oudere leiders worden gekenmerkt door hun grote trouw aan Jezus Christus en Zijn zendingsbevel, gezien de vervolging die zij hebben getrotseerd. De gemeente van Christus, die een opwekking heeeft meegemaakt, is overwegend evangelisch in geloof en handelen.
Ontwrichte levens
Na de onderdrukking onder Mao is er echter een vrijere seksuele moraal ontstaan
die geleid heeft tot een explosieve groei van aids. Dit werd vorig jaar openlijk
toegegeven door de vice-minister van Gezondheid. Chinese onderzoekers schatten
dat er al 600.000 mensen besmet zijn met het HIV-virus. Dit getal ligt ver
boven het officiële cijfer. De VN verwacht dat als er niet wordt ingegrepen,
het aantal HIV-lijders kan oplopen tot 10 miljoen binnen 10 jaar.
Op het platteland is het sociale leven totaal ontwricht. Door de bouw van een aantal rivierdammen (het Drieklovendam-projekt), door onbillijke belasting, het fiasco van de collectieve landbouw en te lage staatssubsidies hebben veel boeren hun akkers verlaten. In plaats van hun velden te bewerken, zijn ze hun heil gaan zoeken in de grote stad. In sommige streken op het platteland kan het leven nog heel zwaar zijn en komt veel bijgeloof voor. Boerenfamilies hopen nog steeds op een zoon en meisjes worden geaborteerd of erger. Volgens recente cijfers is de verhouding van babyjongens en -meisjes 118 op 100. Dit betekent dat miljoenen meisjes - ongeveer een zevende van het totaal - worden vermist. Tenzij het denken over kinderen verandert, zal de kindermoord doorgaan.
De jaren negentig
Het afgelopen decennium is de opendeurpolitiek van Deng Xiaoping toegepast
op het economische en culturele leven. Ook toeristen zijn weer welkom. Maar
democratisering is nog altijd taboe, evenals bewegingen die de alleenheerschappij
van de Partij ter discussie stellen. Deze politiek wordt door de opvolgers
van Deng ook na zijn dood in 1997 gehandhaafd. De gemeente van Christus is
de afgelopen tijd blijven groeien, ondanks toenemende beperkingen, vooral
op het gebied van evangelisatie onder minderjarigen en door de regel dat christelijke
publicaties alleen met de beperkte middelen van de Chinese Christelijke Raad
mogen worden uitgegeven.
Begin 1999 waren er 13.000 geregistreerde kerken (Driezelf Kerk) en 35.000 ontmoetingspunten in China. Verder functioneren er achttien bijbelscholen en theologische opleidingen. Elke dag worden in China ongeveer 6 kerken heropend of nieuwe geopend. Elk jaar worden ruim 0,5 miljoen mensen gedoopt in geregistreerde kerken. Bovendien zijn er duizenden ongeregistreerde huiskerken die soms wijd verspreid zijn en zelfs landelijke organisaties vormen.
In de jaren negentig probeerden de autoriteiten alle religieuze instellingen te registreren. Dit leidde opnieuw tot onderdrukking en zelfs tot vervolging voor huiskerken die de controle van de Driezelf Kerk niet accepteerden. Het aantal christenen in de geregistreerde kerken groeide van een kleine miljoen aan het eind van de jaren zeventig tot 13 miljoen in 1999. Het totale aantal protestantse christenen heeft waarschijnlijk de 50 miljoen al bereikt, inclusief de ondergrondse huiskerkleden. Ook zijn er naar schatting nog zo'n 10 tot 12 miljoen katholieken in China.
Zo'n spectaculaire groei is zowel een bemoediging als een vermaning voor kerken in het comfortabele westen. Maar in China vormen sektes en afgoderij een toenemend probleem in vele gebieden. Ook het materialisme en hoge verwachtingen over welvaart, zetten de kerk onder druk. Jonge christelijke werkers komen in de verleiding hun bediening te verlaten en een goedbetaalde baan te nemen. Maar gelukkig vertoont de kerk meestal weinig tekenen van verval. Het is een goed teken dat de zorg toeneemt voor minderheden en zelfs voor de wereld buiten China. Christelijke wetenschappers en studenten voorzien steeds meer in volwassen leiderschap en goede theologische training. Huiskerken werken aan meer eenheid en formuleren samen verklaringen over wat ze geloven. De Chinese kerk is gezegend met een levend, bijbels geloof dat veel bijdraagt aan de wereldwijde kerk.
Over het algemeen blijft het Chinese volk opvallend open voor het Evangelie,
zowel in China als daarbuiten, waar vele hoogopgeleiden Christus hebben aangenomen.
Het leidt geen twijfel dat deze opwekking en groei van de Chinese kerk, ondanks
alle tegenwerking van het regime in Bejing de afgelopen 50+ jaar, behoort
tot de grote wonderen in de geschiedenis van de kerk. Het toont ons dat God
in Zijn liefde bepaalde doelen heeft met het hele Chinese volk.
![]()