Bavinck, J.H., Inleiding in de zendingswetenschap, Kampen, Nederland, 309 blz., 1954.
Dit boek is nog steeds de beste inleiding in de missiologie die er in het Nederlands is. De Engelse vertaling wordt, bijna 50 jaar na publicatie, nog steeds in veel missiologische werken geciteerd.
Bavinck deelt de zendingswetenschap
in in drie hoofdonderdelen: zendingstheorie, zendingsgeschiedenis en elenctiek. Elenctiek
definieert Bavinck als 'de wetenschap die het heidendom, die alle valse relitie alss zonde
tegen God ontmaskert en oproept tot de kennis van de enige, ware God.'. Met name de
hoofdstukken die hierover gaan, zijn zeer origineel. Zowel Bavincks grote kennis van
andere godsdiensten als zijn persoonlijk geloof en soms wat mystieke inslag zijn hier
terug te vinden.
De zendingstheorie deelt hij onder in doel, fundering en benadering. Over doel en fundering
zegt de auteur behartenswaardige dingen. De Bijbelse theologie die hij biedt is tegelijkertijd
breed en diepgaand. De hoofdstukken over de zendingsbenadering zijn echter wat
teleurstellend. Een aantal voorvragen wordt goed behandeld (zoals over opleiding,
verhouding zending - ontwikkelingswerk, inhoud van de prediking), maar het geheel wordt
niet praktisch. Zendingsstragegieen komen vrijwel niet aan de orde. Ook bij de behandeling
van de zendingsgeschiedenis wordt meer voor een meta-benadering gekozen dan voor een
inhoudelijke. Hierdoor weet de lezer na lezing van de hoofdstukken over de
zendingsgeschiedenis, nog steeds niet over het onderwerp.
Dit boek is een prachtige inleiding op de zendingswetenschap. Een breed blikveld wordt gecombineerd met een gelovige visie. Toch zijn er ook enkele grote tekortkomingen. De eerste is het reeds genoemde feit dat er soms te weinig inhoudelijk gezegd wordt over hoe zending er in de praktijk nou uitziet. Vervolgens is het de in de Nederlandse theologie gebruikelijke blikverenging tot de continentale theologie. Juist in een missiologisch werk is dat onvergeeflijk, omdat vrijwel alle belangrijke ontwikkelingen in de zending uit Groot-Brittannie en de VS komen. Tenslotte is er een blikverenging die voortkomt uit een traditioneel-kerkelijk standpunt. Dit zorgt er o.a. voor dat de auteur zegt dat de belangrijkste taak van de zending het opleiden van predikanten is. Onbereikte volken zijn geen punt van aandacht. Dat dit de beste Nederlandse inleiding in de zendingswetenschap is, laat zien hoe nodig het is dat er een opvolger van dit werk komt.
Dit boek is een prachtige inleiding op de zendingswetenschap. Een breed blikveld wordt gecombineerd met een gelovige visie. Toch zijn er ook enkele grote tekortkomingen. De eerste is het reeds genoemde feit dat er soms te weinig inhoudelijk gezegd wordt over hoe zending er in de praktijk nou uitziet. Vervolgens is het de in de Nederlandse theologie gebruikelijke blikverenging tot de continentale theologie. Juist in een missiologisch werk is dat onvergeeflijk, omdat vrijwel alle belangrijke ontwikkelingen in de zending uit Groot-Brittannie en de VS komen. Tenslotte is er een blikverenging die voortkomt uit een traditioneel-kerkelijk standpunt. Dit zorgt er o.a. voor dat de auteur zegt dat de belangrijkste taak van de zending het opleiden van predikanten is. Onbereikte volken zijn geen punt van aandacht. Dat dit de beste Nederlandse inleiding in de zendingswetenschap is, laat zien hoe nodig het is dat er een opvolger van dit werk komt.
Citaat: Bavinck over het doel van de zending: "Men zou dat ene oogmerk kunnen noemen de komst en verbreiding van Gods Koninkrijk. In die komst gaat het om God, om zijn eer, om zijn grootheid en zijn genade. Die komst sluit in de berbreiding van de Kerk over de gehele aarde. En die komst verwerkelijkt zich in de bekering van zondaren. Het zijn dus in geen gevvaldire afzonderlijk doeleinden naast elkander, maar het is een groot en verheven einddoel, dat zich in die drie heilsgoederen aan ons vertoont."
Beoordeling: ***
Besproken door: Marten Visser
Verkuyl, J., Inleiding in de nieuwere zendingswetenschap, Kampen, Nederland, 571pp., 1975.
Dit boek is een alomvattende inleiding in de missiologie. Het is heel opvallend dat er daar een aantal van zijn in het Nederlands, terwijl ze in het Engelse taalgebied minder goed vertegenwoordigd zijn.
Verkuyl begint met een heel theoretisch hoofdstuk over de filosofische voorvragen der missiologie. Daarna komen twee hoofdstukken over de geschiedenis der missiologie. Vervolgens bespreekt hij de bijbelse fundering voor zending en de verhouding tot Israël. De volgende drie hoofdstukken gaan over de motieven tot, het doel van en de middelen in zending. Dit zijn drie kernhoofdstukken die het meest van belang zijn voor de zendingspraktijk. Tenslotte wordt een groot deel van het boek besteed aan het beschrijven van kerken, oecumene en theologie in de jongere kerken.
Verkuyl neemt als gelovig gereformeerde een interessante tussenpositie in tussen de oecumenische en evangelische zendingstheologie. Hij heeft een breed blikveld, en heeft oog voor de hele mens- iets wat bij evangelische theologen nog wel eens niet zo duidelijk uit de verf komt. Ook staat hij duidelijk voor de verkondiging van Christus en Dien gekruisd. Maar helaas wordt teveel van de energie in dit uitgebreide boekwerk besteed aan de theoretische en onvruchtbare stokpaardjes van de oecumenische wereld. Daardoor is de uiteindelijke waarde van deze 'Inleiding' kleiner dan mogelijk geweest zou zijn als Verkuyl meer inhoudelijk op het wat en hoe van de verkondiging van het evangelie was ingegaan
Citaat: "Er zijn situaties waarin de nadruk moet vallen op de strijd tegen armoede en honger. Er zijn situaties waarin de nadruk moet vallen op de strijd tegen onwetendheid...Het meest onmenselijke wat men mensen kan aandoen is om uitsluitend te letten op acute noden en te verzuimen ook de volle mvan van Gods beloften te vertolken en te vergeten de naam van de Messias bekend te maken." (p.278-279)
Beoordeling: ***
Besproken door: Marten Visser